6. Identificatie van een Brocade werkstation

Auteur Richard Philips
Aanmaak 13 okt 2001
Aangepast door Luc Bastiaenssen
Aangepast op 22 sept 2005
Oud BVV nr 2001

6.1. Abstract

Dit document beschrijft hoe Brocade het werkstation van de gebruiker identificeert.

6.2. Het werkstation

Brocade probeert zoveel mogelijk abstractie te maken van de fysieke lokalisatie van het werkstation waarop de gebruiker zijn activiteiten uitvoert. Meestal zijn de voorkeursinstellingen van de gebruiker en zijn geassocieerde parameters voldoende om de randvoorwaarden te bepalen waaronder deze activiteiten doorgaan.

In de omstandigheden waar deze gegevens toch niet specifiek genoeg zijn, werkt Brocade met een abstractie van de fysieke plaats: Brocade hanteert daartoe de termen werkstation of uitleenlocatie. Het werkstation is, zoals steeds in Brocade, een identifier waarmee dan een aantal eigenschappen zijn geassocieerd:

De geassocieerde kassa
Dit staat voor de kassa die in het leenproces wordt gebruikt.
De geassocieerde werkstations
Eveneens gegevens die in het leenproces gebruikt worden. Dit werkstation accepteert boeken voor inname, die uitgeleend zijn aan deze geassocieerde werkstations.
Plaats waarnaar de reservaties gaan
Boeken die ingenomen worden en die gereserveerd staan, worden gebracht naar deze plaats.
HTML beschrijving
Korte omschrijving van de fysieke lokalisatie.

Merk op dat verschillende echte werkstations (Pc’s) allen dezelfde werkstation identifier mogen dragen. Voor Brocade treden ze dan op als 1 enkel werkstation met eventueel verschillende openstaande Brocade schermen.

6.3. Identificatie van het werkstation

De identificatie van het werkstation is belangrijk voor - onder andere - de goede werking van het leenproces: kasverrichtingen, plaats van inname en teruggave van de werken worden erdoor bepaald. Het is dan ook van groot belang inzicht te hebben hoe het werkstation wordt bepaald.

In de diverse toepassingen wordt het werkstation bepaald door de m4 instructie: m4\_getSessionWorkstation(id,UDses). UDses is de sessie identificatie en id bevat uiteindelijk de identificatie van het werkstation.

Deze instructie heeft een tegenhanger: m4\_setSessionWorkstation(id,UDses). Deze instructie bewaart dan het werkstation bij de huidige sessie.

Uit deze twee instructies is het duidelijk dat het werkstation een begrip is dat gebonden is aan de Brocade sessie. Om van werkstation te veranderen dient de gebruiker uit te loggen en zich vervolgens opnieuw aan te melden.

6.4. Het cascade systeem

Om het werkstation te identificeren gebruikt Brocade een cascade systeem.

  1. De inlogurl is de meest fundamentele methode om het werkstation te bepalen. Definieert deze url het werkstation, dan wordt er binnen deze sessie verder gewerkt met deze waarde. Een voorbeeld:

    http://anet.ua.ac.be/brocade/index.phtml?workstation=UA-ANET
    

start niet alleen Brocade op, maar identificeert meteen het werkstation als UA-ANET. Tegelijkertijd gebeuren er nog een paar acties:

  • Brocade plaatst een permanente cookie in de browser met de identificatie van het werkstation.
  • Brocade associeert het werkstation met het sessie nummer.
  • Brocade associeert het werkstation met het IP-nummer van de fysieke werkpost.
  1. Wordt het werkstation niet meegegeven vanuit de opstart url, dan wordt het werkstation opgehaald uit de Brocade cookie workstation. Het systeem werkt verder net alsof het werkstation wel werd gespecificeerd in de opstart url.

  2. Blijft het werkstation onbekend, dan wordt er bij de gebruikersgegevens gekeken van het personeelslid. Staat het werkstation daar vermeld, dan wordt hier verder mee gewerkt gedurende de duur van de sessie.

  3. Is het werkstation nog altijd onbekend, dan wordt gebruik gemaakt van de meta-informatie bij de werkstations. De meta-informatie kan ranges van IP-nummers bevatten. Ligt het IP-nummer binnen deze reeks, dan wordt het werkstation overgenomen.

    Waarschuwing

    Als IP-nummer wordt het numerieke netwerkadres gebruikt zoals de centrale server dit ziet. Het kan dus gebeuren - door het gebruik van netwerktranslaties of proxies - dat verschillende werkstations een zelfde IP-nummer hebben. Het kan zelfs zijn dat de IP-nummers van een fysiek toestel verandert (bij DHCP bijvoorbeeld).

    Het IP-nummer kan enkel gebruikt worden in die gevallen dat de fysieke werkstations een uniek, constant IP-nummer hebben.

  4. Is er nog geen werkstation, dan wordt een structuur geraadpleegd die dynamisch wordt opgebouwd op basis van het IP-nummer. Daar worden IP-nummers geassocieerd met werkstation.

  5. Er is nog een redmiddel: via de menustructuur kan - bij het beheer van de werkstations - een toestel op manuele wijze worden geïdentificeerd met een werkstation. Ook hier wordt de juiste Brocade cookie geplaatst in de browser.

  6. Tenslotte bevat de registry waarde workstation-default ook nog een uitkomst. Deze waarde moet op elk Brocade systeem een geldig workstation identifier bevatten.

Tenslotte nog dit: bij het inloggen gaat Brocade steeds het werkstation melden met het behulp van een Alert.

6.5. Werkstation en OPAC

In de URL waarmee een OPAC opstart kan ook als variabele een werkstation worden meegegeven. In het voorbeeld

http://anet.uantwerpen.be/services.phtml?desktop=uantwerpen&service=opacuantwerpen&extra=lg=E~wks=UA-CST

wordt de UA OPAC (service=opacuantwerpen) opgestart met twee extra variabelen:

  • lg=E (taal = Engels)
  • wks=UA-CST (werkstation=UA-CST)

In de definitie van het werkstation zijn daarom een aantal zaken opgenomen die belangrijk kunnen zijn in het licht van de OPAC.

  • Bibliotheken die visueel kenmerk veroorzaken:

    plaats hier het acroniem van 1 bibliotheek. In het overzicht met korte beschrijvingen worden de records die aanwezig zijn in de hier gekozen instelling, op een specifieke wijze weergegeven (bijv. in het vet).

  • Voorkeurbibliotheken in volgorde:

    in het overzicht van plaatskenmerken worden de plaatskenmerken van de hier gegeven instellingen eerst getoond.

    Deze voorkeursinstellingen kunnen ook een rol spelen in de zoekfilter op instelling (bij geavanceerd zoeken en bij beperken van zoekresultaat). Dit is wel afhankelijk van de meta-informatie van de OPAC. In die meta-informatie kan worden aangegeven of de zoekfilter op instelling gebruik maakt van een vooraf gedefinieerde lijst, dan wel of die moet uitgaan van de voorkeurinstellingen bij het werkstation.

  • In een werkstation kan je eveneens de IP-range van een instelling of een deel van een instelling opnemen. Deze techniek opent eveneens een aantal mogelijkheden met betrekking tot de OPAC. De OPAC is een instrument dat gebruikt wordt door anonieme gebruikers. Als je de OPAC opstart zonder definitie van het werkstation, kan de OPAC nu toch de werkcontext van de eindgebruiker achterhalen op basis van zijn IP-nummer. Voorwaarde is wel dat ter hoogte van het werkstation de IP-ranges correct zijn ingevuld. De Brocade OPAC weet wat het IP-nummer van de gebruiker is. Met dit IP-nummer wordt het werkstation opgezocht en vervolgens wordt de OPAC opgestart met het gevonden werkstation en de daaraan gekoppelde voorkeurinstellingen.

Waarschuwing

Bij het invullen van IP-ranges van instellingen verhindert Brocade niet dat je bij verschillende werkstations dezelfde IP-ranges ingeeft.

Waarschuwing

Bij het invullen van IP-ranges van instellingen moet je opletten dat er geen conflict ontstaat tussen een werkstation met een IP-range voor een hele instelling - bijv. 143.169.[0-255].[0-255] - en een werkstation met IP-nummers van individuele Pc’s die gebruikt worden aan de balie - bijv. 143.169.20.1.