2. Functietoetsen en toetsenbord in Brocade

Auteur:
Aanmaak:18 jan 2008
Aangepast door:Luc Bastiaenssen`
Aangepast op:22 sept 2005
Oud BVV nr:2212

2.1. Abstract

Dit document beschrijft het gebruik van functietoetsen en het toetsenbord in Brocade.

2.2. Inleiding

Brocade werkt met een grafische interface en wordt bijgevolg vooral met de muis bestuurd. In sommige situaties is het wenselijk dat er ook sturing via het toetsenbord mogelijk is. Deze tekst legt uit hoe dit mogelijk is.

2.3. Functietoetsen

De meeste toetsenborden komen met een rij functietoetsen. In combinatie met de ALT, SHIFT en CTRL kan men aan deze functietoetsen een passende functionaliteit koppelen.

Brocade werkt binnen een browser en de programmering van deze toetsen (als deze al zou mogelijk zijn) is afhankelijk van de browser: niet alle browsers ondersteunen het model zoals dit wordt uitgewerkt door de W3C. De uitgewerkte technieken zijn getest met Internet Explorer (vanaf versie 5.1) en met Mozilla Firefox.

In Brocade is de taskbar een belangrijk onderdeel van de interface: de taskbar bevat de knoppen die de communicatie regelen tussen de interface en de Brocade server. Via het toetsenbord kunnen deze knoppen worden geactiveerd op 2 manieren:

  • de toetsen F1, F2, F3, ... aanklikken
  • de combinatie ALT+1, ALT+2, ALT+3, ... aanklikken

Beide methodes werken perfect met Internet Explorer. In Mozilla Firefox is er een (niet schadelijk) probleem met de F3-toets. Dit kan men verhelpen door de browser zelf te configureren.

De volgorde op het scherm is bepalend voor het nummer van de toets. De werking van ALT, SHIFT of CTRL intikken samen met F-toetsen intikken, is niet bepaald.

2.4. Autojump velden

In één-lijnige tekst velden wordt de ENTER toets geïgnoreerd. De ontwikkelaars van Brocade hebben nu de mogelijkheid om deze toets toch te interpreteren: de ENTER toets zorgt ervoor dat de cursor automatisch verspringt naar het volgende tekst veld (één-lijnig of meer-lijnig). Ze moeten daarvoor de macro m4\_documentElementAutoText gebruiken in de code.

Deze faciliteit is vooral handig bij het inscannen van barcodes: de barcode scanners zijn zodanig geprogrammeerd dat de ENTER wordt meegestuurd. Het uitlenen van werken kan op deze wijze volledig zonder muis gebeuren.

2.5. Adresseerbare velden

Met de invul velden kan een letter (vb. E) geassocieerd worden. ALT+E springt dan onmiddellijk naar dit veld. Een en ander wordt gerealiseerd met behulp van de macro m4\_setAccessKey. Het toekennen van het juiste karakter aan de velden moet door de ontwikkelaars gebeuren.

Overzicht van de codes

ALT+E Eindgebruikers identificatie
ALT+C Catalografische beschrijvingen
ALT+O Objecten

Het multiple gebruik van een karakter is afhankelijk van de browser:

  • Internet Explorer gaat naar het eerstvolgende veld met die code. Je kan dus springen van veld naar veld.
  • Mozilla Firefox springt naar het laatste veld dat deze code heeft gekregen.

2.6. Super TAB

De TAB is een handig instrument in een browser: je kan navigeren van veld naar veld. Met SHIFT+TAB kan je terugkeren. Brocade maakt echter veel gebruik van hyperlinks en aangezien de TAB deze ook aandoet, is deze navigatie niet optimaal.

In Brocade werden de velden zodanig geprogrammeerd dat de navigatie eerst de tekst velden aandoet. Op deze wijze kan men snel en efficiënt alle velden, die toch met het toetsenbord dienen te worden bewerkt, aandoen.

2.7. Aansturen van het history object

In bibliotheektoepassingen is de input van tekst vaak repetitief:

  • je vraagt de gegevens op van een gebruiker
  • daarna leen je boeken uit aan deze gebruiker
  • tenslotte wil je ook nog de boeken verlengen van dezelfde gebruiker

Telkens opnieuw moet je de identificatie van de gebruiker invullen. Gelukkig is er binnen Brocade een functionaliteit aanwezig om de laatste gebruikers op een snelle manier terug te vinden: het history object.

Om van dit history object gebruik te maken, moet je echter de muis gebruiken: je klikt het icoon open en selecteert de passende input. Vanaf Brocade release 4.10 kan je daarvoor nu ook het toetcenbord gebruiken: positioneer de cursor in het passende veld (eventueel via de Tab toets) en gebruik de toetsencombinatie CTRL + F1 (ook SHIFT + F1 werkt). In het input veld verschijnt de eerste waarde van het history object. Door meermaals deze toetsencombinatie te gebruiken kan je scrollen.