5. Indexeren en OPAC’s

Auteur Richard Philips
Aanmaak 28 okt 2002
Oud BVV nr 2036

5.1. Abstract

Dit document beschrijft de indexaanmaak ten behoeve van de aanmaak van een OPAC.

5.2. LOI s gepubliceerd door een OPAC

Objecten in Brocade worden doorgaans gekarakteriseerd door middel van een absolute referentie. Gebaseerd op hetzelfde principe als URLs, begint de referentie met een aanduiding van het type object, het tweede veld geeft dan een eerste specificatie binnen dit type, de volgende velden geven dan opnieuw verdere detaillering binnen de voorgaande velden. Als delimiter wordt : gebruikt. De enige restrictie die is opgelegd aan de deelvelden, is dat deze velden geen spaties of : mogen bevatten.

Een voorbeeld om dit principe van de LOI toe te lichten:

c:lvd:1263577
Dit gaat om een catalografische beschrijving (c).
Ze behoort tot het regelwerk 'lvd' en heeft als volgnummer binnen dit regelwerk: 1263577.

Deze eenvoudige afspraak heeft verregaande consequenties: het wordt mogelijk eigenschappen op een abstracte wijze te gaan beheren en op basis van deze eigenschappen wordt het dan mogelijk software te gaan samenstellen die grotendeels onafhankelijk is van het gegeven object type.

Een publiekscatalogus (OPAC) is het vehikel dat gebruikt wordt om LOI te presenteren. De meest voorkomende LOIs in dit verband zijn:

  • De c-lois: bibliografische beschrijvingen
  • De q-lois: acquisitie records

Een OPAC is zeker niet beperkt tot deze twee types. Het is denkbaar dat ook a-lois (authority records) kunnen aangeboden worden.

C-lois zijn gegroepeerd per regelwerk. Een OPAC kan over regelwerken heen bibliografische beschrijvingen tonen.

5.3. De indexen bij een OPAC

Een essentieel onderdeel in de bepaling van een OPAC is de set van indexen (deze verzameling heet de catalogus). Deze indexen worden aangemaakt vetrekkende van de LOI s. Een eerste vereiste is dus ondubbelzinnig uit te maken welke library object identifiers men wil tonen. Bij elke van deze LOI s maakt men dan de indexen aan.

Alle indexen in Brocade (eindgebruikers, personeel, bibliografische beschrijvingen, authority codes, ...) worden aangemaakt via een gemeenschappelijke software: /index/application. De indexen zelf worden omschreven via meta-informatie. De identifiers bij deze meta-informatie kunnen verzameld worden onder een catalogus.

Praktisch betekent dit de volgende werkwijze:

  • Eerst maakt men de indexen aan voor de authority records.
  • Vervolgens indexeert men de regelwerken met bibliografische records.
  • Tenslotte indexeert men de acquisitierecords die men ook in de OPAC wil hebben.
  • Zijn er nog andere LOI s die men in de OPAC wil hebben, dan moeten deze ook worden geïndexeerd.

5.4. Het indexeren van een regelwerk

Een regelwerk is een verzameling van catalografische records die volgens dezelfde catalografische bepalingen werden aangemaakt.

Bij een een gegeven c-loi moet achterhaald worden tot welke indexen en met welke hoofdvormen en verwante vormen de c-loi behoort. Dit is precies de taak van de routine /catalografie/application/bcasix.m.

Deze software is generiek: ze kan onafhankelijk werken van de regelwerken. Daartoe maakt ze gebruik van de macro m4_getCatOpacs. Zoals de naam het al zegt, behandelt deze macro de OPAC’s waartoe een c-loi behoort. Een indexnaam (identifier) van een catalografische beschrijving wordt samengesteld uit twee componenten:

  • De eerste component wordt geleverd door m4_getCatOpacs: vb. cat.all, cat.stcv, cat.avm. Deze gegevens worden tijdens het catalografische proces aangemaakt via /catalografie/application/bcasopac.m. Dit is een van de weinige stukken software dat manueel moet worden aangepast.
  • De tweede component wordt geleverd door /catalografie/application/bcasix.m. Dit zijn de volgende identifiers :
    • ti: titelindex
    • tt: titelindex voor de beschrijvingen met lidmaatschap antilope
    • dr: filterindex op drager
    • yr: filterindex op jaar van uitgave
    • au: auteur
    • ca: corporatie
    • nr: ISBN, ISSN
    • lg: index op taal
    • lc: filterindex op taal
    • ug: uitgever
    • pk: plaatskenmerk
    • is: filterindex op instelling
    • lm: filterindex op lidmaatschap
    • ow*: index op onderwerpen (met eventuele suffixen)

5.5. Flow van de processen

  • d %UpdAll^bausix(1) Deze code prepareert de authority controle voor de indexaanmaak.
  • Breng /catalografie/application/bcasopac.m in orde.
  • d %Overall^bcasopac(regelwerkid)
  • Definieer alle indexen voor alle OPAC s. Als voorbeeld zie: d InitLvd^bcasix. Dit kan natuurlijk ook manueel worden uitgevoerd via de Brocade interface.
  • Voer de indexering uit op de c-lois. Wil je dit in de achtergrond doen - wat aan te raden is - dan activeer je d %BGR^bcasix(regelwerkid).
  • Voer de indexering uit op de relevante q-lois.
  • Voer de indexering uit op de andere lois.