1. OPAC - Takenlijst

Auteur Marc Jeurissen
Aanmaak 6 mei 2002
Aangepast door Luc Bastiaenssen
Aangepast op 22 sept 2005
Oud BVV nr 2021

1.1. Abstract

Een nieuwe OPAC aanmaken omhelst meer dan het invullen van de meta-informatie. Dit document somt één en ander op en vermeldt ook wie de taken kan uitvoeren.

1.2. Indexen en catalogus

Notitie

Uit te voeren door de ontwikkelaar.

Indien de OPAC slechts een deel van de databank-gegevens omvat (bvb. enkel STCV-records), moeten de nodige indexen daaromtrent aangemaakt worden. Belangrijk hierbij is dat, waar nodig, een inhoudscode (Zie Inhoudscodes) bij een index ingevuld wordt. Deze wordt gebruikt

  • in de volledige beschrijving, om bij het doorklikken (bvb. op de auteur) te bepalen in welke index moet gezocht worden.
  • bij de extra informatie van een authority code (bvb. werken van, werken over, ...).

Ook de verwerking van de inputstring moet mogelijk aangevuld worden (bvb. auteursnamen).

Voor indexen over onderwerpscodes moeten volgende afspraken gevolgd worden:

  • het laatste deel van de naam bestaat uit ow, gevolgd door een identificatie.
cat.all.owtv
  • dezelfde identificatie moet ingevuld worden in de meta-informatie van het type van authoritycodes die naar deze index verwijzen. Met anders woorden catalografische records die een authority code van dit type als onderwerp hebben, komen in deze index terecht.

Indexen worden gegroepeerd in een catalogus. De layout-gegevens bij de meta-informatie van een catalogus wordt niet als dusdanig in de OPAC gebruikt. Eventueel wel van belang is de resolving-routine, die bij het rechtstreeks zoeken op een loi of een string die tot een loi kan herleid worden, uitmaakt of die loi tot de catalogus behoort.

1.3. Inhoudscodes

Notitie

Uit te voeren door de ontwikkelaar/OPAC-bouwer.

Inhoudscodes kunnen in principe ook door de OPAC-bouwer aangemaakt worden, maar dit gebeurt toch best in overleg met de ontwikkelaars. Ook de OPAC software moet immers kennis hebben van deze codes.

In de meta-informatie kan de verwoording ingevuld worden van een verwijzing naar de index die met deze inhoudscode gelinkt is.

1.4. Een desktop-service definiëren

Notitie

Uit te voeren door de ontwikkelaar.

Elke OPAC is een aparte desktop-service. Dit betekent dat in Brocade het volgende moet aangemaakt worden:

  • een menu-entry met als url <mcgi routine="Start:bopwexe">&UDopac=opacnaam, waarbij opacnaam de naam van de OPAC is, zoals gedefinieerd in Brocade (Zie Definiëring in Brocade).
  • een desktop-service die verwijst naar deze menu-entry.

1.5. Layout

Notitie

Uit te voeren door de ontwikkelaar/OPAC-bouwer.

Elke OPAC kan werken met een eigen stylesheet. Een sjabloon daarvoor wordt indien nodig bijgewerkt door de ontwikkelaar. De stylesheets van alle bestaande OPAC’s worden dan automatisch aangevuld.

Indien de OPAC een nieuwe layout-hint vereist, dan moet deze

  • in Brocade gedefinieerd worden bij Desktop ‣ Desktop services ‣ Opac ‣ Opac - beheersfuncties [link].
  • in de software geïmplementeerd worden. Voor de korte beschrijving moet dit gebeuren in de routine zoals aangegeven in de meta-informatie van de loi, voor de volledige beschrijving in de juiste routine in ltech-projectgroep /opac/loi.

Bij de layout-hints staan, per inhoudscode, de mogelijke externe links opgesomd.

1.6. Zoekbomen

Notitie

Uit te voeren door de OPAC-bouwer.

Zoekbomen kunnen opgebouwd worden door iedereen die toegang heeft tot de beheersfuncties van authority controle.

Zie OPAC - Handleiding voor de layout-verantwoordelijke.

1.7. Zoekfilters

Notitie

Uit te voeren door de ontwikkelaar.

Filters vallen in principe onder de bevoegdheid van de ontwikkelaars omdat er moet verwezen worden naar hoofdvormen van een index of software moet gemaakt worden voor berekening van de opties.

1.8. Visuele kenmerken korte beschrijving

Notitie

Uit te voeren door de ontwikkelaar/OPAC-bouwer.

Het beheer van de visuele types valt onder het algemeen beheer van de catalografie. Korte beschrijvingen kunnen voorafgegaan en/of gevolgd worden door verschillende kenmerken. Deze moeten door de ontwikkelaar gedefinieerd worden omdat ze ook in de software (visuele kenmerken generator van de loi) moeten gekend zijn. De OPAC-bouwer kan wel de eigenschappen van het visueel kenmerk invullen.

Een visueel kenmerk dat zeker moet bestaan om gebruik te maken van de werkstation-eigenschap Bibliotheken die visueel kenmerk veroorzaken is catpk.

1.9. Definiëring in Brocade

Notitie

Uit te voeren door de OPAC-bouwer.

Een volledige handleiding hiervan is te vinden in OPAC - Handleiding voor de layout-verantwoordelijke.