4. Globalstructuur voor import van de media files

4.1. Inleiding

In de meta informatie van de upload omgevingen wordt vastgelegd welke de media types zijn die worden aangemaakt. Deze mediatypes worden geïdentificeerd aan de hand van een identifier.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen gebundelde en niet-gebundelde formaten.

Niet-gebundelde formaten vormen de basis: elk bestand van dergelijk type staat voor juist 1 afbeelding. Dit betekent nog dat alle niet-gebundelde formaten exact evenveel exemplaren tellen: net zoveel als het origineel aantal afbeeldingen.

De gebundelde formaten bundelen een aantal afbeeldingen. Dit wordt gedaan om het gebruiksgemak te verhogen: het is nu eenmaal handiger om 50 afbeeldingen in 1 ZIP file te downloaden dan 50 x 1 enkele afbeelding.

Er worden ook samenvattingen geproduceerd:

  • een overkoepelende samenvatting in spreadsheet (CSV) formaat: deze spreadsheet bevat per bestand een lijn die diverse velden verzamelt (URL, grootte, MD5, HMAC, formaat)
  • per formaat een JSON bestand. Dit JSON bestand bestaat staat voor een array ([JSON terminologie](http://json.org)). Elk element uit de array bevat de docman URL van de corresponderende afbeelding (de eerste afbeelding staat op positie 0, de tweede afbeelding op positie 1, ...)

4.2. Structuur in M

Stel dat dg:digsys:recnr de record LOI is van een digitalisering. De media files voor het formaat form staan dan in ^BDIG(“rec”,digsys,recnr,”zmedia”,form,1..)=domanid. Hierbij is docmanid het docmanid van de corresponderende afbeelding.

De overkoepelende spreadsheet staat op ^BDIG(“rec”,digsys,recnr,”csv”)=domanid. Opnieuw wordt het docmanid weggeschreven. De JSON bestanden per formaat type staan op ^BDIG(“rec”,digsys,recnr,”json”,form)=domanid.

De digitalisering wordt echter nooit rechtstreeks weggeschreven: het is de catalograaf die beslist wanneer dit gebeurt. Hij doet dit door de passende beschrijvingsgegevens toe te voegen.

De achtergrond processen die de digitaliseringen uitvoeren schrijven die docman gegevens eerst weg in een tijdelijke opslag ^BDIG(“ready”) vooraleer deze door de registreerknop naar ^BDIG(“rec”) worden getransfereerd.

De structuur van ^BDIG(“ready”) is gelijkaardig aan deze van ^BDIG(“rec”) de docmanid’s worden wegeschreven op ^BDIG(“ready”,scanner,date,bundle,”zmedia”,form,1..)=docmanid (scanner staat voor de identificatie van de scanner, date staat voor de datum in +$H-formaat en bundle staat voor een volgnummer).

De JSON bestanden staan op ^BDIG(“ready”,scanner,date,bundle,”json”,form)=docmanid