39. Consolideren van catalografische beschrijvingen in Anet

Manuele consolidatie van catalografische beschrijvingen gebeurt in Brocade altijd in een combinatie van twee mechanismes:

  • Een generiek mechanisme, d.w.z. een mechanisme dat gelijk is voor alle installaties van Brocade, en alle regelwerken/lidmaatschappen. Dat mechanisme zit m.a.w. ingebakken in de software.
  • Een mechanisme afhankelijk van het lidmaatschap, op basis van parameters ingevuld bij de meta-informatie van een lidmaatschap.

39.1. Consolideren: generiek

Het generieke principe zorgt er voor dat de gegevens van het master record altijd primeren op die van de slaaf - met uitzondering van de plaatskenmerken (het bezit van elke bibliotheek).

Primeren wil zeggen: de velden worden overgenomen uit de master, en de data uit de slaaf verdwijnen.

Welke consequenties heeft dat principe?

  • Is er in het slaafrecord een titelveld aanwezig dat bestaat uit een hoofdtitel: ondertitel, een paralleltitel en een secundaire titel, maar in het masterrecord niet, dan blijft na consolidatie alleen de hoofdtitel van de master over. Paralleltitel en secundaire titel verdwijnen.
  • Idem dito voor de auteurs, editie, impressum, onderwerp, relaties, enz.
  • Informatie uit het slaafrecord voor deze velden gaat altijd verloren - zelfs al is het overeenkomstige veld uit het masterrecord leeg. Bv.: is er in het masterrecord geen annotatie aanwezig, maar in het slaaf record wel, dan blijft het geconsolideerde record zonder annotatie.

Voor sommige veldgroepen kan dat mechanisme doorbroken worden op basis van meta-informatie per lidmaatschap (zie verder).

De enige gegevens die in alle situaties worden samengevoegd, zijn de plaatskenmerken. De plaatskenmerken van de slaaf worden bij consolidatie altijd toegevoegd aan het masterrecord.

39.2. Consolideren: parameters ter hoogte van het lidmaatschap

Ter hoogte van het lidmaatschap kunnen parameters worden ingesteld die de wijze van consolidatie beïnvloeden. Twee opties zijn combineerbaar: doordrukken bij ontstentenis en consolideren.

39.2.1. Doordrukken bij ontstentenis

  • Via de optie Doordrukken bij ontstentenis kunnen velden/veldgroepen van de slaaf worden overgenomen, indien die velden/veldgroepen in de master geen inhoud hebben. Met die parameter kan er voor gezorgd worden dat een annotatie (onderwerp,...) van de slaaf wordt overgenomen bij consolidatie, als er in de master geen enkele annotatie aanwezig is. Is er in de master echter een annotatie (onderwerp,...) aanwezig - zelfs al is die van een ander type - dan valt de informatie uit de slaaf toch weg. Is er in het master record in het impressum een plaats van uitgave opgenomen, maar geen uitgever, en in het slaafrecord wel een uitgever, dan wordt de (aanvullende) informatie uit het slaaf record genegeerd. Want de veldgroep impressum bestaat immers al in het master record.
  • Voor bibliografische nummers betekent de optie Doordrukken bij ontstentenis dat nummers uit de slaaf worden toegevoegd aan de master, als er in het master record nog geen dergelijk type aanwezig is. Als in de master een isbn10 voorkomt, en de slaaf een isbn13, dan wordt - met deze parameter - het isbn13 opgenomen in het master record. Als in de master een isbn13 voorkomt, en in de slaaf een ander isbn13, dan blijft alleen het isbn13 van de master behouden.

39.2.2. Consolideren

  • voor de velden/veldgroepen relaties, lidmaatschappen, catalografische opmerkingen, onderwerpsontsluiting, abstracts/inhoud/illustratie, de bibliografische nummers kan bovendien bepaald worden of ze dienen geconsolideerd te worden. Dat betekent dat de data in het master record worden aangevuld met de data uit de slaaf. Voor onderwerpen bv. betekent dat, dat alle onderwerpscodes uit de slaaf worden toegevoegd aan het master record.
  • Deze aanvulling gebeurt niet blindelings. Indien er in het master record een identiek veld aanwezig is met identieke waarden, dan worden de gegevens uit de slaaf (bv. identiek isbn-nummer, issn-nummer, abstract, relatie...) niet extra toegevoegd aan het master record.
  • de optie consolideren bestaat echter niet voor de veldgroepen titel, auteur, editie, impressum, collatie, annotatie. Ze kunnnen wel worden doorgedrukt naar het masterrecord, als ze daar als veldgroep geen data bevatten. Maar als de veldgroep in de master bestaat, kan die nooit worden aangevuld met de gegevens uit de slaaf. Als die gegevens uit de slaaf toch nuttig zijn voor het master record, dienen ze daar manueel te worden toegevoegd.

39.3. Consolideren tussen verschillende lidmaatschappen

Indien twee records met een verschillend lidmaatschap worden geconsolideerd, dan primeert het lidmaatschap van de master: het is volgens de meta-informatie van dat lidmaatschap dat de consolidatie zal gebeuren.

Is er in het master record geen lidmaatschap aanwezig, dan wordt pro forma het default lidmaatschap van het regelwerk toegevoegd, alvorens de consolidatie te berekenen.

Zijn er in het master record verschillende lidmaatschappen aanwezig, dan wordt gekeken naar de meta-informatie van het regelwerk. De consolidatie wordt dan uitgevoerd op basis van het eerste lidmaatschap in de lijst van toegelaten lidmaatschappen, dat ook aanwezig is in het master record.

39.4. Consolideren van contents (kvs)

Waarschuwing

Het consolideren van contents is nog niet uitgewerkt. Een goede praktijk zou zijn, om de contents te consolideren volgens het algemene principe: de master primeert. En via het lidmaatschap de optie te laten om door te drukken bij ontstentenis.

39.5. Consolideren in Anet (regelwerk lvd)

Consolideren van catalografische beschrijvingen in Anet (regelwerk lvd) gebeurt volgens deze principes:

  • De consolidatie-opties van alle lidmaatschappen, toegelaten in regelwerk lvd, zijn identiek: de data in de veldgroepen titel, auteur, editie, impressum, collatie en annotatie van de slaaf worden overgenomen door de master, als er in het master record geen overeenkomstig veld/veldgroep aanwezig is ((doorgedrukt bij ontstentenis). Voor de bibliografische nummers wordt informatie uit de slaaf overgenomen, als er geen overeenkomstig type bestaat in het masterrecord.
  • Bovendien, voor de velden relaties, lidmaatschappen, catalografische opmerkingen, onderwerpsontsluiting, abstracts/inhoud/illustratie worden de data uit de slaaf geconsolideerd (samengevoegd) met die van de master.
  • Bibliografische nummers worden niet overgenomen, als er in de master al een nummer met een gelijkaardig type bestaat. Bibliografische nummers zijn immers erg bepalend voor een beschrijving. Er wordt daarom van uit gegaan dat de nummers in het master record correct en volledig zijn. Dat heeft uiteraard gevolgen voor een consolidatie. Als bv. in de master een isbn10 voorkomt voor de hardbackversie, en in de slaaf een isbn10 voor de paperback, dan blijft bij consolidatie alleen het isbn van de master voor de hardback behouden. Als dergelijke nummers uit de slaaf toch moeten opgenomen worden in het master record, dienen ze (best voor de consolidatie) manueel te worden toegevoegd aan de master.

De uniformiteit van de consolidatie-opties in de lidmaatschappen heeft een reden. Anders zou de wijze van consolideren afhankelijk zijn van twee parameters: de wijze waarop de lidmaatschappen in de meta-informatie van het regelwerk zijn gesorteerd, en de aanwezigheid daarvan in het masterrecord. Dat is een mechanisme dat voor een catalograaf niet zo transparant is.