9. Trefwoorden

Het trefwoordenbestand is gegroeid uit de trefwoordenbestanden van de hogescholen in Anet. Het is een dynamisch bestand dat kan aangepast worden volgens de noden van de ontsluiting. Het bevat geen hiërarchische relaties tussen de begrippen; maar er kunnen wel zie-ook (related term) relaties gelegd worden.

Hieronder volgen de regels voor de constructie van de trefwoorden.

9.1. Keuze van de termen

Nederlandstalige trefwoorden worden gebruikt, behalve voor ingeburgerde anderstalige en wetenschappelijke termen. Hoofdwoorden hebben in de drie taalversies steeds dezelfde vorm (geen vertalingen).

Leenwoorden uit een andere taal (bv. Latijn of Frans) worden toegelaten indien ze ingeburgerd zijn. Als de vertaling in eigen taal vaak voorkomt, kan deze eventueel het origineel vervangen.

Voorbeeld:

  • glasnost, femme fatale

Neologismen worden slechts aanvaard indien er geen alternatief voorhanden is en voldoende ruim bekend zijn. Hierover is eerst een akkoord van de trefwoordenwerkgroep nodig.

Wetenschappelijke terminologie wordt verkozen. De populaire term wordt als verwijzingsterm toegevoegd.

Voorbeeld:

  • hoofdvorm: fysica
  • verwijzingsterm: natuurkunde

Van productnamen kunnen wel types opgenomen worden, maar geen versienummers. Bij softwareproducten wordt de bedrijfsnaam niet opgenomen.

Voorbeeld:

  • Windows NT, en niet: MS WINDOWS NT 4. In geval van twijfel kan je in de “kwalificatie” (software) vermelden.
  • automerken: Opel Astra en niet Opel Astra 1700D

9.2. Grammaticale vormen

Gebruik niet-gelede zelfstandige naamwoorden. Indien nodig kunnen samenstellingen gebruikt worden (een combinatie met adjectief en zelfstandig naamwoord, en in uitzonderlijke gevallen verbindingen met voorzetsels). Belangrijk is dat elke term één afgelijnd begrip voorstelt.

Voorbeeld:

  • gedrukte media
  • staatshoofden

Gebruik geen losstaande bijvoeglijke naamwoorden. Bijwoorden en lidwoorden zijn in elk geval uit den boze. Veel gebruikte bijvoeglijke naamwoorden die verzelfstandigd zijn, mogen wel gebruikt worden.

Voorbeeld:

  • NIET: draagbaar, zeer
  • WEL: Vlaams, Italiaans

Gebruik, indien mogelijk, een zelfstandig naamwoord in plaats van een werkwoord, tenzij er een activiteit wordt weergegeven die enkel via een werkwoordsvorm ondubbelzinnig kan aangeduid worden.

Voorbeeld:

  • leveringen, lezingen, bewapening.
  • MAAR: lezen of tekenen als activiteit kan ook (er bestaat een duidelijk onderscheid tussen lezing en lezen, en tussen tekening en tekenen).

9.3. Enkelvoud - meervoud

Gebruik enkelvoudsvormen voor abstracte begrippen (bv. socialisme), voor unieke entiteiten (bv. Big Ben, Atomium) en voor stofnamen (bv. sneeuw, hout).

Gebruik meervoudsvormen voor concrete begrippen (bv. planeten, ogen) en type publicaties (bv. woordenboeken, encyclopedieën).

Hiermee worden de internationale regels gevolgd die ook van toepassing zijn voor opzoekingen in andere wetenschappelijke databanken. Stel steeds de vraag wat de gebruiker zou zoeken. Bb. “Ik zoek iets over ...dieren, planten”, enz.

9.4. Wetenschappelijke benamingen

Wetenschappelijke benamingen van dieren, planten en bacteriën, bestaan uit 2 delen, bv. Homo sapiens.

  • Het eerste deel is de genusnaam en begint altijd met een hoofdletter: bv. Homo.
  • De twee delen samen vormen de soortnaam. Het tweede deel begint altijd met een kleine letter: bv. sapiens.
  • De namen van planten enz. in het Nederlands beginnen altijd met een kleine letter.
  • De namen van virussen beginnen altijd met een kleine letter.

Voor de Nomenclatuur Chemie wordt niet strikt de wetenschappelijke werkwijze gevolgd, maar wordt de schrijfwijze overgenomen van (in volgorde van belangrijkheid):

  • de Woordenlijst Nederlandse taal (het zgn. “Groene boekje”).
  • Van Dale woordenboeken.
  • gespecialiseerde werken.

9.5. Beperkingen en woordverduidelijkingen: gebruik van kwalificaties

Kwalificaties zijn omschrijvingen die na het trefwoord tussen haakjes worden geplaatst indien er meer uitleg bij het trefwoord nodig is of indien er verwarring over het trefwoord zou kunnen zijn. Op die manier krijgt het trefwoord meer context.

Kwalificaties worden gebruikt:

  • Om het probleem van homoniemen op te lossen

Voorbeeld:

  • spinnen (dieren) en spinnen (werkwoord)
  • cellen (elektriciteit) en cellen (biologie) en cellen (gevangeniswezen)
  • Om de invalshoek van waaruit een trefwoord moet worden geïnterpreteerd, duidelijk te maken. Voor elke invalshoek wordt desgewenst een apart record aangemaakt, dat de specifieke kwalificatie bevat.

Voorbeeld:

  • voorspellen (economie) en voorspellen (technologie)
  • Een speciaal geval betreft de kwalificatie themawoord fictie. Die wordt gebruikt om bij fictie werken (voornamelijk aanwezig in de lerarenopleidingen) het thema aan te duiden waarover een bepaald werk handelt.
  • De kwalificatie genre wordt gebruikt bij fictiewerken, om het literaire genre aan te duiden.

Alleen de volgende kwalificaties zijn toegelaten:

  • Archeologie
  • Astronomie
  • Biologie
  • Bouw
  • Chemie
  • Chemische technologie
  • Dieren
  • Doelgroep
  • Economie
  • Elektronica
  • Farmacologie
  • Filosofie
  • Fysica
  • Geneeskunde
  • Genre
  • Geografie
  • Informatica
  • Kunst
  • Maatschappelijk werk
  • Materialen
  • Mensen
  • Microbiologie
  • Milieu
  • Muziek
  • Natuur
  • Onderwijs
  • Planten
  • Psychiatrie
  • Psychologie
  • Recht
  • Taalniveaus
  • Technologie
  • Themawoord fictie
  • Transport
  • Voeding
  • Wiskunde
  • Zorg

9.6. Afkortingen

Afkortingen worden alleen gebruikt als zij meer voorkomen of herkenbaar zijn dan de volledige naam. Afkortingen worden steeds met hoofdletters genoteerd (hier wordt afgeweken van de Nederlandse spelling in het Groene Boekje, die hierin geen keuze maakt) en zonder punten tussen de letters : bv. AIDS.

De volledige term staat in niet gekapitaliseerde vorm tussen haakjes achter de afkorting.

Bij elke afkorting (hoofdwoord) wordt een verwijzingsterm aangemaakt voor de volledige term. Op die manier wordt de opzoekbaarheid gegarandeerd.

9.7. Samengestelde trefwoorden

Enkelvoudige trefwoorden genieten de voorkeur en dus worden gelede trefwoorden in principe opgesplitst in twee of meerdere trefwoorden. Soms is dat niet mogelijk en dan kunnen toch samengestelde trefwoorden gebruikt worden.

Voorbeeld:

toxische anorganische stoffen wordt opgesplitst in

  • toxische stoffen.
  • anorganische chemie.

Syntactische ontleding is toegelaten, semantische niet.

Voorbeeld:

  • onderwaterfilmcamera’s wordt gesplitst in onderwatercamera’s en filmcamera’s.
  • maar thermometer mag niet opgesplitst worden in warmte en meten.

Indien een geografische of tijdsaanduding tegelijkertijd een soortaanduiding is, wordt dit trefwoord behouden.

Voorbeeld:

  • Brabantse gothiek.
  • Egyptische kunst.
  • Franse keuken.
  • Franstalige dagbladpers.
  • maar: Franse handelscorrespondentie wordt opgesplitst in handelscorrespondentie en Frans.

Structuur van samengestelde termen

Twee soorten: bijvoeglijke naamwoord-constructies (gedroogde vijgen) of voorzetselconstructies (filosofie van de opvoeding).

  • Gebruik bij voorkeur één-woordsamenstellingen en indien dit niet kan, gebruik dan de natuurlijke taal-volgorde. Bv.: kunstfilosofie, opvoedingsproblemen. Uitzondering op de natuurlijke taalvolgorde wordt gemaakt voor ziekten/syndromen: Crohnziekte, Parkinsonziekte.
  • Indien geen één-woord-constructie mogelijk is, gebruik dan een bijvoeglijk naamwoord-constructie (gedroogde vijgen).

Samengestelde termen worden verkozen indien:

  • samengestelde termen meer “gewoon” zijn dan afzonderlijke. Bv.: patiëntenzorg.
  • gesplitste term verlies aan betekenis of dubbelzinnigheid zou opleveren. Bv.: groepsdiscussie.
  • de samengestelde betekenis meer betekent dan de som van de delen. Bv.: mensenrechten.
  • termen, die, indien gesplitst, niet kunnen verklaard worden tenzij met extra woord (impliciete betekenis van samengestelde term). Bv. : taallaboratoria.
  • termen waarbij het bijvoeglijke naamwoord apart niet geldig is of waarbij één component apart niet relevant is. Bv. zwarte magie.

9.8. Spelling

De meest recente Nederlandse spelling wordt gevolgd. Gebruik (in volgorde van belangrijkheid):

  • Groene boekje
  • Van Dale, behalve voor afkortingen.

De trefwoorden staan in kleine letters, behalve waar verplicht een hoofdletter moet gebruikt worden.

Andere dan Latijnse lettertekens worden uitgeschreven in Latijnse tekens (translitteratie). Bv.: Bètawetenschappen.

9.9. Interpunctie

Gebruik van ronde haakjes: alleen voor kwalificaties bij homoniemen.

Gebruik van apostrof: bij bezitsaanduidingen.

Voorbeeld:

  • Children’s Hospital

Gebruik van verbindingsstreepjes: cfr. recente Nederlandse spelling.

Gebruik van ampersand: alleen in handelsnamen.

Gebruik van hoofdletters: liefst zo weinig mogelijk (als initiële letters bij of handelsnamen). Let ook op conventionele namen, bv. dbase IV.