15. A - Relaties

15.1. Algemene toepassing

Relaties worden gelegd tussen twee verwante bibliografische beschrijvingen. Telkens een relatie wordt gelegd van beschrijving A naar beschrijving B ontstaat automatisch de omgekeerde relatie van B naar A.

Hieronder volgen de algemene regels voor het leggen van relaties tussen beschrijvingen. De oude drukken volgen deze regels ook, maar er zijn voor die oudere publicaties ook nog bijzondere regels.

15.2. Hiërarchische relaties

In Anet onderscheiden we volgende hiërarchische relaties:

15.2.1. Volume naar reeks - reeks naar volume (vnr/rnv)

De relatie vnr wordt gelegd:

  • bij meerdelige werken, van het onderdeel met de sprekende titel naar de koepelbeschrijving (zie Meerdelige monografieën met sprekende deeltitels).
  • bij themanummers bij tijdschriften, van het themanummer naar het tijdschrift (zie Themanummers).
  • bij reeksen, van de beschrijving van de aparte delen naar de beschrijving van de reeks (zie Reeksen).
  • bij reeksen, als er deeltitels voorkomen met sprekende titels die genummerd zijn (zie Sprekende deeltitels, genummerd).
  • bij subreeksen in een reeks.

De relatie vnr wordt altijd gelegd van het “kind” naar de “ouder”. Na registratie wordt bij de “ouder” automatisch de omgekeerde relatie rnv naar het “kind” gelegd. Omgekeerd, als bij de “ouder” de relatie rnv gelegd wordt naar het “kind”, wordt na registratie automatisch de relatie vnr gelegd bij het “kind”.

Bij de relatie vnr/rnv hoort meestal een volgnummer of deelnummer. Maar subreeksen bij een reeks hebben die niet altijd.

15.2.2. Eindwerken (tho/oth)

Zie Eindwerken.

15.2.3. Artikels in tijdschriften (at/ta; an/na ; nt/tn)

  • de relaties at/ta voor rechtstreekse relaties tussen een artikel en een tijdschrift (thematische excerptie). Zie Onderdeelbeschrijvingen.
  • de relaties an/na en nt/tn voor het getrapt systeem van relaties tussen een artikel, een nummer en een tijdschrift (systematische excerptie). Zie Onderdeelbeschrijvingen.

15.2.4. Artikels/hoofdstukken in boeken (ap/pa)

Zie Onderdeelbeschrijvingen.

15.2.5. Onderdelen in manuscripten (ong/gno)

Zie Manuscripten.

15.2.6. Tracks bij muziekopnamen (ong/gno)

Zie Tracks.

15.2.7. Volgnummer

Bij gebruik van de relatie vnr/rnv dient (bijna) steeds een volgnummer te worden ingevoerd.

Daarbij kunnen 2 situaties optreden:

15.2.7.1. De onderdelen zijn genummerd

Indien de delen of afleveringen van de reeks, de periodiek of het koepelwerk door nummers worden aangeduid, dan neemt men, bij het invoeren van het volgnummer, het nummer zoals het in de publicatie is opgegeven (in Arabische cijfers).

Onderverdelingen worden gescheiden, eerst door een dubbelpunt, daarna door een komma (zonder spaties). Letters worden altijd in kapitalen ingevoerd.

Voorbeeld:

  • Collectie XII/A nr 123 wordt 12:A,123
  • 1990/12 wordt 1990:12
  • 92-2 wordt 92:2

Het onderdeel is een eendelige monografie

Indien het kind eendelig is en het nummer bestaat uit een aantal opeenvolgende nummers, leg dan maar één relatie.

Voorbeeld:

  • Geschiedenis van het vervoer (125 p.) is nr 301-302 van reeks Historische pockets. Neem 301-302 als deelnummer

Het onderdeel is een meerdelige monografie

Indien het kind meerdelig is en ieder deel heeft een eigen nummer in de reeks (al of niet opeenvolgend), leg dan een relatie voor ieder deel. Aan het nummer van de reeks wordt de deelaanduiding toegevoegd op volgende wijze “nr” (= v. “deel”)

Voorbeeld:

Geschiedenis van het ziekenhuiswezen (2 v.) is nr 303 en 311 van de reeks Historische pockets.

  • Maak 2 relaties van het type vnr, met als respectieve volgnummers:
  • 303 (= v. 1)
  • 311 (= v. 2)

onderdelen bij tijdschriften met een dubbele nummering

Ofwel heeft het nummer van het tijdschrift een eigen doorlopende nummering, ofwel een volumenummer, ofwel een aanduiding van het jaar, ofwel een combinatie, kies dan in volgende prioriteit:

  • het eigen volumenummer (bv. 138)
  • volume van de jaargang, gevolgd door het nummer van de aflevering (bv. 24:3)
  • het jaar, gevolgd door het nummer van de aflevering (bv. 1990/1991:3)

Voorbeeld:

nummer 138 is nummer 3 van de 24e jrg in 1990/1991.

  • Er wordt 138 ingevoerd.
  • Indien 138 niet voorkomt, dan nemen we 24:3.
  • Indien ook dit niet voorkomt, dan kiezen we 1990/1991:3

15.2.7.2. De onderdelen zijn ongenummerd

Indien het kind ongenummerd is, neem dan het jaar van uitgave, met daarbij een zelf toegekend volgnummer binnen het jaar van uitgave (ook bij verschillende edities van een zelfde werk).

Indien het kind ongenummerd is en er ook geen jaar van uitgave te vinden is, ken dan een fictief volgnummer toe, geplaatst tussen rechte haken.

Kijk echter steeds na hoe de vorige delen werden ingevoerd en stel steeds, bij kleine verschillen, het deelnummer op dezelfde wijze samen.

Wanneer echter de uitgever de nummering van een reeks verandert, of met een nieuwe nummering begint, neem dan de nummering van de titelpagina. Pas de vorige nummers aan, indien dit met zekerheid en zonder al te grote inspanningen kan gebeuren.

Voorbeeld:

Bij nr 1990/1 van een reeks wordt als volume jr.9 vermeld.

  • Vorige nrs werden steeds ingevoerd als nrs 1982:1, 1982:2, enz.
  • Neem voor dit kind dus niet nummer 9:1 maar 1990:1.

15.3. Horizontale relaties

Volgende relaties worden gebruikt:

15.3.2. Samen met (ewi/iwe)

Zie: Meervoudige titel, meerdere auteurs, geen dektitel.

15.3.3. Elektronische versie naar papier (enp/pne)

Indien een werk niet alleen op papier verschijnt, maar ook op cd-rom, dan worden beide verschijningsvormen apart gecatalogiseerd. Tussen beide beschrijvingen wordt een relatie gelegd:

  • enp van de elektronische naar de papieren versie.
  • pne van de papieren naar de elektronische versie.

Voorbeeld:

Tussen de beschrijvingen voor Recueil annuel de jurisprudence belge en Recueil annuel de jurisprudence belge informatisé (op cd-rom) wordt een relatie pne/enp gelegd.

15.3.4. In, met (in/wi)

Zie seriële publicaties als supplement of bijlage bij een andere seriële publicatie.

In bepaalde gevallen kan het ook zinvol zijn om deze relatie te gebruiken tussen monografieën, als bv. een bepaalde publicatie samen verspreid wordt met een andere publicatie (met eigen titel).

Voorbeeld:

  • Applications manual to accompany Fundamentals of anatomy & physiology met relatie in/wi naar Fundamentals of anatomy & physiology

15.3.5. Indexen van periodieken (inp/pni)

Zie indexen met eigen titel/auteur.

15.3.6. Voortzetting van, voortgezet door (cbo/cob)

Deze relatie wordt niet meer gebruikt, maar bestaat nog alleen om historische redenen.

Zie Voortzettingen en fusie.

15.3.7. Gecumuleerde edities van een periodiek (cui/cuo)

Zie Cumulaties.

15.3.8. Reproducties (repof/ofrep)

Bij facsimile’s of bij reproducties/herdrukken (opgelet: niet bij een tweede, derde of volgende druk- of oplagevermelding) van een originele publicatie worden relaties (repof) gelegd naar het originele werk, als dat te vinden is in de Anet catalogus. Indien de originele publicatie niet te vinden is, wordt een annotatie gebruikt (rep of fac).

Voorbeeld:

  • The baby’s own Aesop being the fables condensed in rhyme with portable morals pictorially pointed (uitgave 1981) met relatie repof/ofrep naar The baby’s own Aesop being the fables condensed in rhyme with portable morals pictorially pointed (uitgave 1887).

Het kan echter gebeuren dat een bibliotheek het laatste pk schrapt bij zo’n originele publicatie. In dat geval dient de catalograaf bij de reproductie(s) een annotatie toe te voegen van het type rep of fac.

15.3.9. Van regelwerk lvd naar regelwerk stcv (lstcv)

Nieuw of gewijzigd!

Nieuwe informatie rond relaties

Verschillende publicaties uit de catalografische databank van Anet (het regelwerk lvd) werden ook beschreven in de databank van STCV, volgens de regels van STCV. Die beschrijvingen kunnen door de relatie lstcv met elkaar verbonden worden, zodat er vanuit de Anet-catalogi kan doorgelinkt worden naar de beschrijving in de STCV-catalogus.

15.3.10. Van regelwerk lvd naar regelwerk bnc (lbnc)

Verschillende publicaties uit de catalografische databank van Anet (het regelwerk lvd) werden ook beschreven in de krantendatabank Abraham, de Belgische Nieuwsbladen catalogus. Die beschrijvingen kunnen door de relatie lbnc met elkaar verbonden worden, zodat er vanuit de Anet-catalogi kan doorgelinkt worden naar de beschrijving in de Abraham-catalogus. Op die manier komt de toegang tot de digitale versie in Abraham, via een kleine omweg, ook beschikbaar vanuit de Anet-catalogi.

15.3.11. Van regelwerk lvd naar regelwerk work (lw)

Om de verschillende edities en uitgaven van een zelfde werk met elkaar te kunnen verbinden, werd een nieuw regelwerk opgezet, work. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van de gegevens die we via OCLC verkregen hebben (het OCLC-recordid en het OCLC-workid). Het regelwerk work bevat zo de beschrijvingen van de werken waarvan de beschrijvingen in het regelwerk lvd de zogenaamde manifestaties zijn. De beschrijvingen in regelwerk lvd worden met de relatie lw gekoppeld aan de beschrijvingen in het regelwerk work. Op die manier kan, in een latere fase, in de Anet-catalogi vanuit een beschrijving doorverwezen worden naar andere uitgaven en edities.

De relatie lw is niet editeerbaar. Ze wordt gelegd via automatische processen.