18. A - Onderwerpsontsluiting

18.1. Toelichting

18.1.1. Algemene toepassing

Voor het beschrijven van de inhoud van een publicatie worden in Anet/Brocade verschillende systemen en onderwerpscodes gebruikt. Ze zijn (bijna) alle gebaseerd op authority codes (met uitzondering van het systeem van toegevoegde titelwoorden).

Het basisprincipe bij de constructie en het gebruik van die authority codes is postcoördinatie. Dat wil zeggen dat de verschillende begrippen pas bij het construeren van de zoekactie samenkomen.

Verschillende soorten onderwerpstermen resulteren in verschillende soorten authority codes, die met elkaar kunnen gecombineerd worden volgens onderstaande regels. Zo onderscheiden we authority codes voor de UDC, voor geografische termen, voor persoonsnamen, voor instellingen, enz. De types van onderwerpstermen zijn aanvullend.

Het combineren van die onderwerpstermen gebeurt volgens een bepaald systeem. Binnen een systeem moet de onderwerpsontsluiting de inhoud van de publicatie beschrijven in een combinatie van types onderwerpstermen. Voor de OPAC worden deze onderwerpstermen gecombineerd in de zoeksleutel “onderwerp”.

18.1.2. 3 systemen

In Anet/Brocade worden 3 systemen van onderwerpsontsluiting gehanteerd:

  • op basis van UDC.
  • op basis van trefwoorden.
  • op basis van AAT begrippen.

Concreet betekent dit, bv. voor UDC, dat de onderwerpsontsluiting dient te gebeuren door, waar nodig, de volgende onderwerpstermen in te zetten:

  • UDC
  • tijdscodes
  • geografische codes
  • persoonsnamen
  • instellingen
  • publicatietypes
  • (uniforme) titels
  • veilingen

Voor de trefwoorden gebeurt dat analoog, evenals voor de AAT.

Voor de verhouding tussen de 3 systemen: zie Regels bij het toekennen van de onderwerpscodes.

18.1.3. Optionele ontsluiting

Aanvullend bij deze systemen kunnen, optioneel, nog volgende onderwerpstermen worden toegevoegd. Daarover beslist elke bibliotheek individueel.

  • kunstwerken (MID, KMSKA, RUB).
  • bezetting (muziekwerken).
  • toonsoort (muziekwerken).
  • tentoonstellingen (tentoonstellingscatalogi).
  • UCT.

18.2. Inhoudsanalyse

De onderwerpsontsluiting gebeurt op basis van een inhoudsanalyse. Volgende werkwijze wordt gehanteerd:

Globale indexering

Het gehanteerd onderwerpssysteem ontsluit de inhoud van de publicaties op een summiere en globale wijze. De ontsluiting gebeurt voor de publicatie in haar geheel, maar niet op het niveau van de componenten van een publicatie, zoals bv. de inhoud van een hoofdstuk, een tijdschriftartikel, enz.

De bronnen voor de inhoudsanalyse

De inhoudsanalyse gebeurt op basis van (in dalende orde van prioriteit):

  • de titel en ondertitel (indien relevant)
  • de CIP-indextermen
  • de inhoudsopgave (vaak door de uitgever)
  • de inhoudstafel
  • de samenvatting, inleiding, besluit van het werk zelf.

De aboutness van een werk

Na de analyse is de indexer in principe in staat om de aboutness van het werk te omschrijven in een summiere zin.

Voorbeeld:

  • Dit werk is: een bibliografie over bibliotheekautomatisering met VUBIS in Europa.

De verwoording van de inhoudsanalyse

Deze summiere onderwerpsopgave is de basis voor het verdere indexeerwerk. Ze dient in onderwerpscodes te worden vertaald.

Voorbeeld:

  • Bibliotheekautomatisering wordt vertaald door de UDC 029: Bibliotheekautomatisering.
  • Bibliografie wordt vertaald door het publicatietype Bibliografie.
  • Europa wordt vertaald door een geografische code: 91.4
  • Het begrip VUBIS wordt in de onderwerpscatalogus niet opgenomen.

18.3. Onderwerpscodes

18.3.1. Soorten onderwerpscodes

In Anet worden de volgende soorten onderwerpscodes gebruikt:

18.3.1.1. UDC (type U)

De UDC in Anet is een classificatieschema voor de onderwerpsontsluiting. Het is een zogenaamde algemene rompclassificatie:

  • ze wil alle onderwerpsgebieden dekken.
  • ze deelt de onderwerpsgebieden in in groepen en subgroepen in een hiërarchisch geheel (boomstructuur).
  • ze is geordend met behulp van een codesysteem.
  • ze omvat maar een beperkt aantal termen (+/- 900).

De termen kunnen gebruikt worden om een breed onderwerp of discipline te definiëren, maar ze zijn niet bedoeld om een haarfijne onderwerpsontsluiting toe te passen.

Elke term komt overeen met een nummer, de UDC-code.

Voorbeeld:

  • 5: Natuurwetenschappen
  • 53: Natuurkunde
  • 530.12: Relativiteitstheorie

De UDC die gebruikt wordt door Anet is niet te verwarren met de officiële UDC die internationaal gehanteerd wordt en onderhouden wordt door het UDC Consortium. De Anet-UDC is er in oorsprong wel op gebaseerd, maar het aantal rubrieken is veel beperkter gehouden, en doorheen de tijd zijn er aanpassingen in gebeurd die niet overeenkomen met de officiële classificatie.

Binnen de UDC vormen de zero-codes een speciale categorie. Ze worden in de beschrijvingen gebruikt om die te kunnen opnemen in de gepaste aanwinstenrubrieken, maar ze worden niet getoond in de catalogus.

Voorbeeld:

  • 0032 - Zonder onderwerpscode: politiek.
  • 00.34 - Zonder onderwerpscode: recht.
  • 00.791.4 - Zonder onderwerpscode: speelfilm.
  • 00.78 - Zonder onderwerpscode: muziek.

Daarnaast bestaan er nog zgn. groeperingscodes, die alleen zijn aangemaakt voor de hiërarchische structuur van de onderwerpscatalogus.

Voorbeeld:

  • 002 - Multidisciplinaire vakgebieden
  • 002.1 - Milieuproblematiek
  • 80 - Taal- en letterkunde
  • 91.1 - Continenten en landen
  • 91.2 - Geografische streken
  • 91.xxx.06 - Geografische streken (alle regio’s)
  • 91.28 - Meren en Binnenzeeën
  • 91.282 - Rivieren
  • 920.01 - Biografieën: systematisch
  • 920.02 - Biografieën: chronologisch
  • 920.03 - Biografieën: geografisch
  • 930 - Historische perioden

Aanmaak van nieuwe codes

De UDC-codes kunnen alleen door de netwerkcatalograaf worden aangemaakt en aangepast. Het aanmaken en aanpassen van de codes kan maar gebeuren na overleg in de Anet catalografievergadering. De wijzigingen dienen retroactief in de data te worden aangepast. Voor dat soort operaties is er ook een goedkeuring nodig van de Anet Begeleidende Commissie.

18.3.1.2. Geografische codes (type G: 91.)

De geografische codes worden gebruikt om geografische namen weer te geven. Zij worden gegroepeerd in een geografische classificatie waarin de codes allemaal beginnen met 91. .

Voor meer informatie: zie Geografische namen.

Aanmaak van nieuwe codes

Geografische codes kunnen aangemaakt worden door alle gebruikers die toegang hebben tot de authority controle. Ze kunnen dus door elke catalograaf op elk ogenblik worden aangemaakt en gewijzigd, volgens de afgesproken regels.

18.3.1.3. Biografische codes (type P: 920.)

Deze codes worden gebruikt bij werken die handelen over het leven of het werk van een bepaalde persoon. Zij worden gegroepeerd in de Biografische catalogus die hiërarchisch is opgebouwd en gelinkt aan de UDC-onderwerpsrubrieken en tijdscodes en geografische codes. Op die manier kan elke persoon in context worden geplaatst: in tijd, in plaats en in activiteitsgebied.

Voor meer informatie: zie Persoonsnamen.

Opbouw van de biografische zoekboom:

Code Benaming
000.92 Stam van de biografische zoekboom
920.01 Biografieën: systematisch
920.02 Biografieën: chronologisch
920.03 Biografieën: geografisch

De code 920 (Biografieën: varia) wordt niet actief gebruikt, en groepeert alleen de personen die nog niet met een onderdeel van de biografische zoekboom zijn verbonden.

Voorbeeld:

Biografieën: systematisch (920.01)

  • subrubriek 02.92: Bibliografen, bibliothecarissen, documentalisten
  • daaraan gekoppeld: 920.3683: Schmook, Ger.

Biografieën: chronologisch (920.02)

  • subrubriek: 92.001 Biografieën: Oudheid
  • daaraan gekoppeld: 920.536: Horatius Flaccus, Quintus

Biografieën: geografisch (920.03)

  • subrubriek 942.92: Verenigd Koninkrijk en Ierland: personen
  • daaraan gekoppeld: 920.2345: Malthus, Thomas R.

Aanmaak van nieuwe codes

Persoonscodes kunnen aangemaakt worden door alle gebruikers die toegang hebben tot de authority controle. Ze kunnen dus door elke catalograaf op elk ogenblik worden aangemaakt en gewijzigd, volgens de afgesproken regels.

18.3.1.4. Publicatietypes (type PT)

Het publicatietype geeft de vorm aan van een publicatie. Binnen Anet wordt een beperkte lijst van publicatietypes gebruikt:

Hoofdrubriek Subrubriek
Adresboek  
Algemene encyclopedie  
Beeldopname  
Beeldverhaal  
Bibliografie  
Catalogus Collectiecatalogus
Tentoonstellingscatalogus
Veilingcatalogus
Congresverslag  
Eindwerk  
Geluidsopname  
Gesproken tekst  
Handschrift  
Jeugdliteratuur Jeugdliteratuur: tot 6 jaar
Jeugdliteratuur: van 7 tot 12 jaar
Jeugdliteratuur: vanaf 13 jaar
Kaart. Plan. Atlas  
Liedboek. Liedblad  
Muziekopname  
Muziekpartituur Partij
Tabulatuur
Zakpartituur
Normblad  
Pamflet  
Plaatwerk. Prentenboek. Fotoboek  
Programmaboek  
Rechtspraak  
Schoolboek  
Softwarepakket  
Speelfilm  
Spelmateriaal  
Statistische publicatie  
Tekstuitgave Bloemlezing
Libretto
Niet-verhalend proza
Poëzie
Theatertekst
Verhalend proza
Tijdschrift Activiteitsverslag
Algemeen nieuwsblad
Algemeen tijdschrift
Almanak. Kalender
Huisorgaan
Tijdschriftartikel  
Vertaalwoordenboek  
Wetteksten  
Woordenboek. Repertorium  

Aanmaak van nieuwe codes

De publicatietypes kunnen alleen door de netwerkcatalograaf worden aangemaakt en aangepast. Het aanmaken en aanpassen van de codes kan maar gebeuren na overleg in de Anet catalografievergadering. De wijzigingen dienen retroactief in de data te worden aangepast. Voor dat soort operaties is er ook een goedkeuring nodig van de Anet Begeleidende Commissie.

18.3.1.5. Tijdscodes (type H: 93.)

De tijdscodes dienen om historische perioden aan te duiden.

Code Periode Toelichting
903 Prehistorie  
93.001 Oudheid tot 499
93.01 anno 1-99  
93.010 anno 1-499  
93.02 anno 100-199  
93.03 anno 200-299  
93.04 anno 300-399  
93.05 anno 400-499  
93.050 anno 500-1499 middeleeuwen
93.054 anno 500-1199  
93.058 anno 500-799  
93.06 anno 500-599  
93.07 anno 600-699  
93.08 anno 700-799  
93.080 anno 800-1199  
93.09 anno 800-899  
93.10 anno 900-999  
93.11 anno 1000-1099  
93.12 anno 1100-1199  
93.120 anno 1200-1799  
93.124 anno 1200-1499  
93.13 anno 1200-1299  
93.14 anno 1300-1399  
93.15 anno 1400-1499  
93.150 anno 1500-1799 nieuwe tijd
93.16 anno 1500-1599  
93.17 anno 1600-1699  
93.18 anno 1700-1799  
93.180 anno 1800-1999 nieuwste tijd
93.19 anno 1800-1899  
93.20 anno 1900-1999  
93.20.01 anno 1900-1909  
93.20.02 anno 1910-1919  
93.20.03 anno 1920-1929  
93.20.04 anno 1930-1939  
93.20.05 anno 1940-1949  
93.20.06 anno 1950-1959  
93.20.07 anno 1960-1969  
93.20.08 anno 1970-1979  
93.20.09 anno 1980-1989  
93.20.10 anno 1990-1999  
93.21 anno 2000-2099  
93.21.01 anno 2000-2009  
93.21.02 anno 2010-2019  

Aanmaak van nieuwe codes

De tijdscodes kunnen alleen door de netwerkcatalograaf worden aangemaakt en aangepast.

18.3.1.6. Trefwoorden

Voor meer informatie: zie Trefwoorden.

18.3.1.6.1. Aanmaak van nieuwe trefwoorden
  • Nieuwe trefwoorden mogen niet zomaar worden aangemaakt en toegekend, maar voorstellen worden eerst gemeld op de discussielijst. Er kan alleen maar een nieuw trefwoord aangevraagd worden als er minstens 5 titels in aanmerking komen voor dat trefwoord.
  • Indien binnen de veertien dagen geen fundamentele bezwaren geuit worden door de leden van de discussielijst, mag het trefwoord worden aangemaakt en toegekend. Wie geen bezwaren heeft tegen een voorstel, moet niet reageren.
  • Trefwoorden kunnen alleen worden aangemaakt door leden van de Werkgroep Trefwoorden.
  • Er wordt een lijst bijgehouden van nieuwe trefwoorden (voorstellen en goedgekeurde).
  • P-, E- en I-codes mogen door iedereen bijgemaakt worden volgens de catalografieregels en moeten niet gemeld worden in de discussiegroep. Voor de andere authority records gelden restricties.
  • Nieuwe Zie-verwijzing (verwijzingsterm) en Zie-ook verwijzingen (relaties) worden net zoals nieuwe trefwoorden, aangevraagd via de discussiegroep. Er kunnen enkel RT-relaties gelegd worden, dus geen hiërarchische relaties.
  • Nieuwe kwalificaties worden, net zoals nieuwe trefwoorden, aangevraagd aan de discussiegroep.
  • Verwijderen van trefwoorden: trefwoorden die niet meer gebruikt worden in catalografische beschrijvingen worden niet onmiddellijk geschrapt. De Werkgroep Trefwoorden beslist daarover, aan de hand van een lijst van niet meer gebruikte trefwoorden.
  • Een drietal maal per jaar vergadert de Werkgroep Trefwoorden om problemen te bespreken. Iedere instelling die trefwoorden binnen Anet gebruikt heeft zitting in deze werkgroep.

18.3.1.7. Anet Art and Architecture Thesaurus (type AAT)

De Anet Art and Architecture Thesaurus bestaat uit:

  • de volledige set van de Getty Art and Architecture Thesaurus. Die wordt jaarlijks gesynchroniseerd in Brocade. Tussentijds kunnen nieuwe concepten ad hoc worden overgehaald uit de Getty databank.
  • een beperkt aantal eigen concepten. Het gaat om concepten die (nog) niet in de Getty thesaurus zitten, maar die nodig zijn om de Anet-publicaties afdoende te ontsluiten. Binnen de AAT-werkgroep wordt zoveel mogelijk getracht om die eigen concepten erkend te krijgen binnen de officiële AAT.

AAT-codes kunnen maar aangemaakt worden na een akkoord binnen de werkgroep AAT.

18.3.1.8. Titelcodes (type T)

De uniforme titels, die gecreëerd werden om diverse titelvarianten samen te brengen in het titelveld, kunnen ook als onderwerpsterm gebruikt worden.

Aanmaak van nieuwe codes

De uniforme titels kunnen alleen worden aangemaakt door de netwerkcatalograaf, en na afspraken in de Anet catalografievergadering.

18.3.1.9. Instellingscodes (type I)

Voor meer informatie: zie Instellingen.

18.3.2. Regels bij het toekennen van de onderwerpscodes

18.3.2.1. Algemene afspraken

Alle publicaties (met inbegrip van reeksen die over een afgebakend onderwerp gaan) dienen op onderwerp te worden ontsloten. De enige uitzonderingen zijn de algemene reeksen die werken over een diversiteit van onderwerpen kunnen groeperen en de eindverhandelingen.

Met uitzondering van artikels in tijdschriften (excerptie) dienen alle beschrijvingen in Anet ontsloten te worden met het systeem van de UDC - en met gebruikmaking uiteraard van alle andere onderwerpstermen (persoonscodes, geografische codes,...) die dat systeem aanvullen.

Dat komt omdat in Brocade processen lopen (bv. de productie van aanwinstenlijsten) die gebaseerd zijn op de UDC-onderwerpszoekboom. Als UDC zou ontbreken in een beschrijving, zou die niet in een aanwinstenlijst kunnen getoond worden. Dat komt ook omdat het moet mogelijk zijn om, over bibliotheken heen, collecties met elkaar te vergelijken op basis van onderwerpscodes. Zo’n vergelijking kan alleen maar gebeuren als het systeem van ontsluiting voor alle beschrijvingen hetzelfde is.

Deze publicaties mogen ook, aanvullend, ontsloten worden met één ander systeem: AAT of trefwoorden (maar niet met allebei). Dat is de keuze van elke bibliotheek.

Het gebruik van AAT is dus optioneel, en kan mits daarover afspraken zijn in/met de werkgroep AAT – en het moet gaan om collecties die kunst en/of erfgoed gerelateerd zijn. Dat vergt een engagement in de werkgroep AAT. En een bibliotheek die AAT gebruikt, gebruikt in principe geen trefwoorden in beschrijvingen waarin met AAT wordt ontsloten. Het is dus geen optie om een trefwoord (TW) te gebruiken omdat er geen valabele AAT term zou bestaan. Want anders is die term niet beschikbaar voor bibliotheken die uitsluitend AAT gebruiken, naast UDC. Als er geen valabele AAT bestaat, dan dient die eventueel – en altijd in overleg met de werkgroep AAT – te worden aangemaakt.

Ook het gebruik van trefwoorden (TW) is optioneel (tenzij voor tijdschriftartikels, daar is het verplicht), en kan mits daarover afspraken zijn in/met de werkgroep Trefwoorden. Dat vergt een engagement in de werkgroep TW. En ook daarvoor geldt de regel: je combineert in één beschrijving geen trefwoorden met AAT.

Het is natuurlijk duidelijk dat de geografische codes, persoonscodes, enz. die al voor het systeem van UDC zijn toegekend, geen tweede maal dienen te worden ingevuld, voor het systeem van de trefwoorden of de AAT.

Artikels uit tijdschriften dienen ontsloten te worden met trefwoorden. UDC en AAT zijn daarbij optioneel.

Zuiver personele studies worden alleen ontsloten met persoonscodes; zie Toekennen van biografische codes.

Daarnaast krijgen enkele bijzondere gevallen (bv. algemene encyclopedieën, algemene nieuwsbladen, algemene tijdschriften, workingpapers, enz.) een aparte behandeling.

Voor het toekennen van trefwoorden: zie Gebruik van trefwoorden en andere Anet-codes.

Bij het toekennen van de onderwerpscodes, met uitzondering van trefwoorden, gelden volgende afspraken:

  • Indexeer alleen het hoofd- of essentiële aspect van een publicatie, zoals die blijkt uit de inhoud ervan. Er wordt geen rekening gehouden met de intenties van de aanschaf of de doelgroep van de eigen bibliotheek.
  • Indexeer niet tegelijkertijd bij een breder begrip (BT; broader term) en bij een enger begrip (NT (narrower term). Beschouw als BT niet alleen de ouder maar ook de grootouder.
  • De NT, dat wil zeggen: het meest specifieke begrip, heeft prioriteit, tenzij het werk in meerderheid over het meer algemene onderwerp handelt.
  • De verwante begrippen (RT; related terms) laten wel verdubbelingen toe.

Voorbeeld:

Wel aanvaardbaar: Rechtssociologische en rechtsfilosofische aspecten van het Belgisch rechtswezen

  • 340.1: Rechtsfilosofie (RT van 301.188.5)
  • 301.188.5: Rechtssociologie (RT van 340.1)
  • 91.493: België

Niet aanvaardbaar zijn: Economische situatie en actieve herstelpolitiek in Nederland

  • 338: Economische situatie (BT van 338.2)
  • 338.2: Economische politiek (NT van 338)
  • a::91.492 Nederland

Waarschuwing

In het onderwerpsveld worden van de authority codes alleen de (eerste) hoofdvormen gebruikt, zonder de taalextensie.

18.3.2.2. Toekennen van biografische codes

  • Code 920 (Biografieën: varia) wordt gebruikt voor biografische verzamelingen die niet naar onderwerp, tijd of naar een geografische omschrijving kunnen gekwalificeerd worden.

Voorbeeld:

  • voor een titel als Biografie van merkwaardige wereldburgers
  • Codes [UDC].92 worden gebruikt voor biografische verzamelingen beperkt naar plaats of vakgebied.

Voorbeeld:

Biografie van gekende Nederlandse geneesheren

  • 61.92 (medici)
  • 949.2.92 (Nederland: personen)
  • Code 92.[eeuw] wordt gebruikt voor de biografische verzamelingen beperkt naar tijd.

Voorbeeld:

Biografie van gekende Nederlandse geneesheren uit de 19e eeuw.

  • 61.92 (medici)
  • 949.2.92(Nederland: personen)
  • 92.19 (Biografie: 1800-1899)
  • Codes 920.* worden gebruikt voor namen van personen.

Voorbeeld:

  • 920.176: Boon, Louis-Paul

Afspraken:

  • Voor historische en literaire auteurs worden de autobiografieën ontsloten met de codes: 920.* (biografie), pt. 41 (publicatietype tekstuitgave).

Voorbeeld:

De autobiografie van Louis Paul Boon krijgt volgende codes:

  • 920.176 (Boon, Louis-Paul) en
  • pt. 41 (tekstuitgave)
  • Beschouw persoonsgebonden werken in de regel niet als plaats- of tijdsgebonden studies. Voeg slechts een code van het type G of H toe in die gevallen waarin de invloed of betrekking van X op een bepaalde tijd of plaats wordt beschreven.

Voorbeeld:

Een studie over de Kapellekensbaan van L.P. Boon krijgt alleen de code:

  • 920.176 (Boon, Louis-Paul)
  • trouwens: deze code heeft als BT: 839.3.92 (Nederlandse letterkunde: auteurs), 949.3.92 (België: personen) en 92.20 (Biografie: 1900-1999).

Een studie over Linnaeus en zijn plantenclassificatie krijgt de codes:

  • 920.23412 (Linnaeus, L.)
  • 58.001 (plantenclassificatie)

De invloed van Horatius op de Nederlandse poëzie van de 17e eeuw krijgt de volgende codes:

  • 920.98765 (Horatius)
  • 839.3 (Nederlandse letterkunde)
  • 82.000.1 (Poëzie)
  • 93.17 (17e eeuw)

18.3.2.3. Toekennen van geografische codes

Gebruik alleen G-codes (91.*) als het geografische of volkenkundige aspect in een werk primeert.

Gebruik alleen geografische codes voor moderne landnamen, administratieve streken, steden en gemeenten, geografische streken, rivieren en zeeën.

Voor ruimtelijke eenheden die kleiner dan een gemeente of, in Vlaanderen, een deelgemeente, zoals straten, parken, gehuchten worden geen geografische codes aangemaakt. Ontsluit werken daarover met de code voor de gemeente (en in Vlaanderen: eventueel met die van de deelgemeente).

Voorbeeld:

Een monografie over de actuele situatie van het Kiel (een wijk in Antwerpen) krijgt als onderwerpsontsluiting:

  • 91.493.2000 (Antwerpen).

Let op: in de udc klassen 937-99 is reeds het geografisch element aanwezig. Gebruik alleen een geografische code voor lokaal-historische studies.

Voorbeeld:

Een werk over de geschiedenis van Frankrijk krijgt als onderwerpsontsluiting:

  • 944 (geschiedenis van Frankrijk)

Een werk over de geschiedenis van Portugal krijgt als onderwerpsontsluiting:

  • 946 (geschiedenis van Zuid-Europa)
  • 91.469 (Portugal)

Een werk over de geschiedenis van Diepenbeek krijgt als onderwerpsontsluiting:

  • 949.3 (Geschiedenis van België)
  • 91.493.3350 (Diepenbeek)

Wetteksten krijgen ook altijd een geografische code.

18.3.2.4. Toekennen van historische codes (type H)

De historische codes worden alleen gebruikt voor de ontsluiting van historiografische studies.

Voorbeeld:

Een werk over de inflatie in België 1835-36, verschenen in 1837 krijgt als codes:

  • 336.74 (monetaire economie)
  • 91.493 (België)

Een werk over de geschiedenis van de Belgische inflatie, periode 1835-36, verschenen in 1950 krijgt als codes:

  • 949.3 (geschiedenis van België)
  • 93.19 (19e eeuw).
  • geen code voor monetaire economie, omdat dat begrip vervat zit in de code 949.3 (zie Historische werken.

18.3.2.5. Toekennen van titelcodes

De titelcode wordt gebruikt als onderwerpscode als het gaat over een commentaar op een klassiek anoniem werk of op (een stuk van) de Bijbel of op een liturgisch werk of op een volksboek.

Voorbeeld:

  • Hoofdtitel: Over en rondom Reinaert de Vos / Bollansee, Albert
  • onderwerp: 8.839.3.35 (Reinaert)
  • Hoofdtitel: Le texte du pasutier latin en Afrique
  • onderwerpen: 8.22.1.3.2 (Psalmi) en 807.1 (Latijnse taalkunde) en 91.6 (Afrika)

18.3.2.6. Toekennen van instellingscodes

De instellingscodes (061) kunnen als onderwerpscode worden toegekend. In dat geval wordt alleen de eerste hoofdvorm, zonder een taalaanduiding, gebruikt.

De code van de instelling wordt nooit alleen gebruikt maar altijd gecombineerd met een inhoudelijke UDC-code en eventueel met een trefwoord of een AAT-term.

De instellingsnaam wordt niet als onderwerpscode gebruikt als het werk voornamelijk gaat over de geschiedenis, de architectuur, enz. van het gebouw waar de instelling in gevestigd is.

Jaarverslagen en huisorganen krijgen, naast de instelling als corporatieve auteur, ook altijd de code van de instelling als onderwerp.

Bij collectiecatalogi wordt de code van de instelling ingevoerd als onderwerpscode.

18.3.2.7. Gebruik van trefwoorden en andere Anet-codes

18.3.2.7.1. Algemene regel

Naast de ontsluiting met trefwoorden moeten publicaties ook ALTIJD ontsloten worden met de Anet-UDC. Geef minstens 1 inhoudelijke Anet-UDC code, meer mag.

Voor personen, geografische namen, historische perioden en instellingen worden geen trefwoorden gemaakt/gebruikt. Gebruik voor personen authority records van type P, voor geografische namen het type G, voor historische perioden het type H, en voor instellingen het type I. Voor muziekwerken kunnen wel trefwoorden worden aangemaakt om ze als onderwerpsterm te gebruiken.

Een geografische of historische code moet steeds toegevoegd worden als de publicatie enigszins geografisch of in de tijd is gesitueerd, ook wanneer dit niet expliciet in de titel staat.

  • Altijd landencode bij wetboeken e.d.
  • Een titel Kunst van hier van de laatste honderd jaar krijgt als geografische code a::91.493.03 (Vlaanderen) en als historische code a::93.20 (20ste eeuw).

Authoritycodes voor Tentoonstellingen (TT) mogen als onderwerpscode gebruikt worden. - Authoritycodes voor Instellingen (I) mogen als onderwerpscode gebruikt worden volgens de afspraken in de catalografiewerkgroep.

Voor publicatietypes worden de Anet publicatietypes gebruikt. Een publicatietype op zich is echter niet voldoende voor de inhoudelijke ontsluiting. Er moet ook altijd een trefwoord toegevoegd worden (en natuurlijk ook UDC), omdat anders het document niet opzoekbaar is via trefwoorden.

Het aanduiden van doelgroepen van publicaties dient op velerlei wijzen te gebeuren. Er zijn de publicatietypes bij jeugdliteratuur. Er zijn specifieke trefwoorden die gespecialiseerde categorieën kunnen aanduiden. En als dat niet voldoet, kan een annotatie worden aangemaakt van het type “doel” (bv.: van 3 tot 9 jaar).

Zie-verwijzingen zijn in Anet verwijzingstermen.

Zie ook-verwijzingen zijn in Anet relaties van het type verwante begrippen (RT; related terms).

18.3.2.7.2. Specifieke regels voor artikels (uit tijdschriften of andere publicaties)

Artikels uit tijdschriften of andere publicaties dienen ALTIJD ontsloten te worden met trefwoorden. Of die artikels ook nog eens met de Anet UDC ontsloten worden, is een keuze die elke instelling zelf kan maken.

Tijdschriftartikels krijgen steeds het publicatietype tijdschriftartikel.

18.3.2.8. Toekennen van publicatietypes

In principe wordt slechts één publicatietype toegekend per document. In een beperkt aantal gevallen zijn verschillende types tegelijkertijd mogelijk.

De betekenis en de inhoud van de publicatietypes wordt beschreven in de scope-notes.

18.3.2.8.1. Tekstuitgave

Publicatietype Tekstuitgave en de subtypes daarin (Verhalend proza, Poëzie, Theatertekst, enz.) worden alleen gebruikt voor literaire teksten en religieuze teksten.

Literaire teksten

  • bij een bloemlezing van één auteur wordt het publicatietype Tekstuitgave of een subtype gebruikt, afhankelijk van de samenstelling van de bloemlezing.
  • wanneer verschillende publicatietypes (bv. Poëzie, Theatertekst, enz.) in één werk verzameld zijn wordt het overkoepelende type Tekstuitgave gekozen.
  • het overkoepelende type Tekstuitgave mag alleen gecombineerd worden met een biografische code als het een autobiografie is. Andere combinaties zijn niet toegelaten.

Voorbeeld:

De verzamelde toneelwerken van Shakespeare uitgegeven op cd-rom krijgt volgende codes:

  • 820 (Engelse letterkunde)
  • Publicatietype Theatertekst
  • De biografische code voor Shakespeare mag niet worden toegekend.

Religieuze teksten

Bij religieuze teksten kan het overkoepelende publicatietype Tekstuitgave gecombineerd worden met volgende UDC:

  • 22: Bijbel
  • 25: Christelijke pastoraaltheologie (o.a. homelitiek)
  • 264: Liturgie (liturgische teksten)
  • 29: Vergelijkende godsdienstwetenschap: teksten van de filosofisch/religieuze stromingen confucianisme, taoïsme, shintoïsme
  • 294: Religieuze teksten van brahmanisme, hindoeïsme, boeddhisme
  • 296: Joodse religieuze teksten
  • 297: Islamitische religieuze teksten
18.3.2.8.2. Bloemlezingen

Publicatietype Bloemlezing wordt enkel gebruikt voor een bloemlezing van verschillende auteurs.

Voor een bloemlezing van één auteur wordt een publicatietype van de tekstuitgaven gebruikt (bv. Poëzie, Verhalend proza, enz.).

Publicatietype Bloemlezing kan gecombineerd worden met andere categorieën uit de tekstuitgaven, of met Gesproken tekst.

18.3.2.8.3. Jeugdliteratuur

Het publicatietype Jeugdliteratuur kan zowel gebruikt worden voor fictie als voor non-fictie.

Het publicatietype Jeugdliteratuur heeft 3 narrower terms, voor de leeftijdsaanduiding. Het gebruik van die leeftijdsaanduiding impliceert dat het om jeugdliteratuur gaat, en dan is het overkoepelende type Jeugdliteratuur overbodig:

  • Jeugdliteratuur: tot 6 jaar.
  • Jeugdliteratuur: van 7 tot 12 jaar.
  • Jeugdliteratuur: vanaf 13 jaar.

Jeugdliteratuur fictie krijgt als publicatietype een publicatietype voor leeftijdsaanduiding (tenzij er geen leeftijdsklasse kan bepaald worden, dan wordt het overkoepelende publicatietype Jeugdliteratuur gebruikt) en een categorie uit de publicatietypes en subtypes voor tekstuitgave.

Jeugdliteratuur non-fictie krijgt als publicatietype een publicatietype voor leeftijdsaanduiding (tenzij er geen leeftijdsklasse kan bepaald worden, dan wordt het overkoepelende publicatietype Jeugdliteratuur gebruikt) en een verdere ontsluiting met inhoudelijke UDC-codes voor het onderwerp.

Indien de leeftijdsaanduidingen niet volstaan, omdat de doelgroep op een meer specifieke wijze wordt aangeduid, kan een annotatie worden aangemaakt van het type doel (bv.: van 3 tot 9 jaar).

18.3.2.8.4. Beeldverhalen

Voor de fictionele beeldverhalen in de vorm van strips gelden dezelfde afspraken als voor literaire teksten.

18.3.2.8.5. Plaatwerk, prentenboek, fotoboek

Publicatietype Plaatwerk. Prentenboek. Fotoboek kan gecombineerd worden met categorieën uit de tekstuitgaven.

18.3.2.8.6. Schoolboeken

Schoolboeken bestemd voor het peuter, kleuter, lager en secundair onderwijs krijgen als onderwerpscodes de UDC van de didactiek van het betreffende vak, de UDC van de didactiek van het onderwijsniveau en het publicatietype Schoolboek.

Voorbeeld:

Een Franse grammatica voor het middelbaar onderwijs krijgt de volgende codes:

  • 372.880.4 (didactiek van het Frans),
  • 373.5.147 (didactiek van het secundair onderwijs) en
  • Publicatietype Schoolboek.
  • De codes 804.0 (Franse taal) en 80.005 (grammatica) mogen niet worden toegekend.
18.3.2.8.7. Wetteksten

Het publicatietype Wetteksten wordt alleen bij de UDC’s uit de klassen 34... (recht) en 35... (Administratief recht) toegekend. Er dient altijd ook een geografische code (type G) te worden toegekend; een tijdscode (type H) is niet toegestaan.

Voorbeeld:

Een Frans handelswetboek van 1785, krijgt volgende codes:

  • 347.7 (Handelsrecht)
  • 91.44 (Frankrijk) en Publicatietype Wetteksten
  • De code 93.18 (18e eeuw) mag niet toegekend worden.
18.3.2.8.8. Rechtspraak

Het publicatietype Rechtspraak wordt alleen bij de UDC’s uit de klassen 34... (Recht) en 35... (Administratief recht) toegekend. Er dient altijd ook een geografische code (type G) te worden toegekend; een tijdscode (type H) is niet toegestaan.

18.3.2.8.9. Geluidsopname

Het publicatietype Geluidsopname wordt gebruikt voor geluidsopnamen die niet tekstueel of muzikaal zijn, bv. voor natuurgeluiden.

18.3.2.8.10. Gesproken tekst

Het publicatietype Gesproken tekst wordt gebruikt voor opnamen van gesproken tekst: interviews, luisterboeken, enz. Het kan gecombineerd worden met de publicatietypes voor tekstuitgave.

18.3.2.8.11. Beeldopname

Het publicatietype Beeldopname wordt gebruikt voor opnames van bewegend beeld, voor zover het niet gaat om speelfilms (gebruik daarvoor publicatietype Speelfilm). Het kan gaan om:

  • documentaires.
  • gefilmde opnamen van opera’s.
  • gefilmde opnamen van toneelvoorstellingen.
  • gefilmde opnamen van balletvoorstellingen.
  • gefilmde opnamen van concerten.
  • gefilmde opnamen musicals.
18.3.2.8.12. Woordenboeken

Nieuw of gewijzigd!

Toegevoegd: Woordenboeken

Het publicatietype Woordenboek.Repertorium wordt gebruikt voor:

  • verklarende algemene woordenboeken of repertoria of woordenlijsten van een bepaalde taal of haar varianten (bv. dialecten, enz.)
  • etymologische en ortografische woordenboeken, uitspraakwoordenboeken, synoniemenwoordenboeken, betekeniswoordenboeken, ... van een bepaalde taal

In die gevallen wordt het publicatietype altijd gecombineerd met een UDC van de specifieke taal.

Voorbeeld:

  • Le grand Robert: dictionnaire alphabétique et analogique de la langue française krijgt als UDC 804.0 en als publicatietype pt.56.

Andere woordenboeken, die niet zozeer taalkundig zijn, maar eerder andere onderwerpen behandelen (bv. technische woordenboeken) krijgen ook het publicatietype Woordenboek.Repertorium, en UDC(‘s) voor het specifieke onderwerp, maar er wordt geen UDC voor de taal toegevoegd.

Voorbeeld:

  • Technisch woordenboek voor monteurs, chauffeurs en bestuurders van vrachtwagen, personenwagens en motoren krijgt als publicatietype pt.56 en als UDC 629.33 (Autotechniek).
18.3.2.8.13. Vertaalwoordenboeken

Nieuw of gewijzigd!

Toegevoegd: Vertaalwoordenboeken

Vertaalwoordenboeken die zuiver taalkundig zijn, krijgen het publicatietype Vertaalwoordenboek en de UDC’s voor de betrokken talen.

Voorbeeld:

  • Woordenboek Hebreeuws-Nederlands krijgt als publicatietype pt.57 en als UDC 809.24 en 803.9.

Vertaalwoordenboeken die eerder technisch zijn of vertalingen bevatten voor een specifiek onderwerp, krijgen het publicatietype Vertaalwoordenboek en UDC(‘s) voor het specifieke onderwerp.

Voorbeeld:

  • Acoustics dictionary : quadrilingual: English, German, French, Dutch krijgt als publicatietype pt.57 en als UDC 534 (trillingsleer), 802.0, 803.0, 804.0, 803.9.

18.3.2.9. Bijzondere gevallen in de onderwerpsontsluiting

18.3.2.9.1. Historische werken

Gebruik UDC 93 (Geschiedenis), samen met een andere UDC, voor studies die veel eeuwen omvatten. Gebruik UDC 930.3 voor algemene wereldgeschiedenis.

Gebruik echter 93 nooit samen met andere “historische UDC’s”:

  • 19 - Geschiedenis van de filosofie.
  • 27 - Kerkgeschiedenis.
  • 301.19 - Geschiedenis van de sociologie.
  • 330.8 - Economische leerstelsels.
  • 34.09 - Rechtsgeschiedenis.
  • 61.09 - Geschiedenis van de geneeskunde.
  • 37.009 - Geschiedenis van de pedagogiek.
  • 903 - Prehistorie.
  • 930.85 - Cultuurgeschiedenis.
  • 94-99 - Geschiedenis van afzonderlijke landen.

Gebruik de code 93-99 ook nooit samen met de UDC’s over economie (33), sociologie (30) en politiek (32). Klasseer sociale, economische en politieke geschiedenis bij de historische UDC’s (93-99).

Voorbeeld:

Een algemene wereldgeschiedenis krijgt als code:

  • 930.3 (Geschiedenis).

Geschiedenis van de 2e Wereldoorlog krijgt als codes:

  • 930.3 (algemene wereldgeschiedenis)
  • 93.20.05 (anno 1940-1949).
  • Het begrip wereldoorlog zal weergegeven worden in de titelwoordenindex.

Geschiedenis van de 2de Wereldoorlog in Frankrijk krijgt als codes:

  • 944 (Geschiedenis van Frankrijk)
  • 93.20.05 (anno 1940-1949).

Een algemene geschiedenis over de geneeskunde krijgt als codes:

  • 61.09 (Geschiedenis van de geneeskunde).

Boek over geneesheren van de 19e eeuw krijgt als codes:

  • 61.92 (geneesheren) en
  • 92.19 (biografie: 1800-1899).

Partijpolitieke geschiedenis van België van de jaren 1930 krijgt als code:

  • 949.3 (Geschiedenis van België)
  • 93.20.04 (anno 1930-1939).
  • Het begrip partijpolitiek zal weergegeven worden in de titelwoord-index.

Monetaire geschiedenis van Europa krijgt als code:

  • 94 (Geschiedenis van Europa).
  • Het begrip monetaire geschiedenis zal weergegeven worden in de titelwoord-index.

Geschiedenis van de filosofie krijgt als codes:

  • 19 (Geschiedenis van de filosofie).

Geschiedenis van de antieke filosofie krijgt als codes:

  • 19 (Geschiedenis van de filosofie)
  • 93.001 (Oudheid).
18.3.2.9.2. Literaire teksten en bloemlezingen

Literaire teksten krijgen een algemene onderwerpsontsluiting (de UDC voor de specifieke letterkunde; in het geval van autobiografieën: de persoonscode), aangevuld met een publicatietype.

Een bloemlezing van literaire teksten krijgt als onderwerpsontsluiting de UDC voor de specifieke letterkunde, gecombineerd met het publicatietype Bloemlezing. Dat publicatietype kan gecombineerd worden met andere categorieën uit de tekstuitgaven, of met Gesproken tekst.

18.3.2.9.3. Werken over diverse onderwerpen

Werken die een veelheid van onderwerpen behandelen (algemene encyclopedieën, algemene tijdschriften, algemene nieuwsbladen, ...) krijgen UDC 00.0 (Zonder onderwerpscode: algemeen), aangevuld met een specifiek publicatietype. Die UDC-code wordt als onderwerpscode niet geïndexeerd, maar zorgt er voor dat deze beschrijvingen toch in de aanwinstenlijsten terecht komen.

18.3.2.9.4. Eindverhandelingen

Eindverhandelingen krijgen altijd het publicatietype Eindwerk.

Bij eindverhandelingen is het niet verplicht om een andere onderwerpsontsluiting toe te voegen, maar het mag. Instellingen die dat wensen kunnen de eindverhandelingen wel via onderwerp ontsluiten. In dat geval gelden de algemene en specifieke regels voor de onderwerpsontsluiting.

Als eindverhandelingen niet op onderwerp worden ontsloten, moet wel de UDC-onderwerpscode 00 toegekend worden, gecombineerd met het publicatietype Eindwerk.

18.3.2.9.5. Working papers, Discussion papers

Van gespecialiseerde reeksen van Working papers, Discussion papers, e.d. moeten de aparte deelbeschrijvingen niet inhoudelijk worden ontsloten.

In dat geval krijgen ze een algemene UDC-onderwerpscode, die niet geïndexeerd wordt, maar er wel voor zorgt dat de publicaties in de gepaste aanwinstenlijst terecht komen:

  • 00.33: Zonder onderwerpscode: economie
  • 00.336: Zonder onderwerpscode: financiewezen
  • 00.339.9: Zonder onderwerpscode: wereldeconomie, ontwikkelingsproblematiek
  • 00.34: Zonder onderwerpscode: recht
  • 00.62: Zonder onderwerpscode: techniek en technologie
  • 00.65: Zonder onderwerpscode: bedrijfseconomie
  • 00.656: Zonder onderwerpscode: vervoer
  • 00.800: Zonder onderwerpscode: linguïstiek

Indien deze publicaties toch inhoudelijk ontsloten worden, dan gelden de algemene en specifieke regels voor de onderwerpsontsluiting.

18.3.2.9.6. Gedrukte muziek

Gedrukte muziek krijgt als onderwerpsontsluiting:

  • 00.78
  • In principe wordt er geen ander UDC meer ingevoerd, tenzij ook de tekst een belangrijke rol speelt en dan kan ook een UDC voor letterkunde worden toegevoegd. Door deze 00-code komen de nieuwe werken wel in de aanwinstencatalogus.
  • Een historische code (tijdscode).
  • Geografische code.
  • Specifiek publicatietype (Muziekpartituur, Zakpartituur, ...).
18.3.2.9.7. Muziekopnamen (met inbegrip van tracks)

Muziekopnamen krijgen als onderwerpsontsluiting:

  • code 00.78
  • In principe wordt er geen ander UDC meer ingevoerd, tenzij ook de tekst een belangrijke rol speelt en dan kan ook een UDC voor letterkunde worden toegevoegd. Door deze 00-code komen de nieuwe werken wel in de aanwinstencatalogus.
  • Een historische code (tijdscode).
  • Geografische code.
  • Specifiek publicatietype (Muziekopname)
18.3.2.9.8. Filmopnamen; speelfilms

Documentaire filmopnamen krijgen een gelijkaardige onderwerpsontsluiting als gedrukte non-fiction, en het publicatietype Beeldopname.

Verfilmingen van balletvoorstellingen, opera’s, musicals, toneelvoorstellingen krijgen publicatietype Beeldopname.

Speelfilms krijgen de code 00.791.4 en het publicatietype Speelfilm. In principe wordt er geen ander UDC meer ingevoerd. Door deze 00-code komen de nieuwe werken wel in de aanwinstencatalogus.

De verwijzing naar letterkunde bij een verfilmd literair werk is overbodig. Een verfilmd werk is geen literatuur, maar film.

18.4. Toegevoegd titelwoord

In een beperkt aantal gevallen kan de onderwerpsontsluiting worden aangevuld met extra titelwoorden.

Extra titelwoorden kunnen ingevoerd worden als een titel van het type woordentitel. Volg hierbij volgende afspraken:

  • Voeg alleen titelwoorden toe wanneer aan volgende twee voorwaarden is voldaan:

    • als de titel niet de inhoud van het boek weergeeft.
    • als ook de onderwerpscodes de inhoud van het boek niet volledig weergegeven.
  • Kies de woorden uit de:

    • CIP-gegevens.
    • de inhoudsopgave.
    • de inleiding.
    • de samenvatting.
    • het boek zelf.
    • uw eigen omschrijving.
  • Kies de woorden in de taal van het boek.

  • Voeg maximum 3 titelwoorden toe (in één woordentitel, gescheiden door spatie).

  • Behoud de woordvorm in principe zoals hij in de gekozen bron voorkomt.

  • Reduceer evenwel de woorden tot het enkelvoud, tot de nominatief en tot het substantief telkens dit op een zinvolle manier kan gebeuren.

  • Kapitaliseer alleen indien grammaticaal nodig.

Voorbeeld:

Bij de titel En ze zijn zo lief, mijnheer mag het titelwoord Vrouwenhandel toegevoegd worden, omdat:

  • De titel de inhoud van werk niet weergeeft.
  • Ook de toegekende onderwerpscodes (343.9: Criminologie en 91.493.03: Vlaanderen) de inhoud niet volledig weergeven.
  • Wanneer de ondertitel ‘over vrouwenhandelaars, meisjesballetten en de Bende van de Miljardair’ wordt opgenomen, worden geen titelwoorden meer toegevoegd.

Voor het boek over de Belgische economische politiek met de titel Naar het einde van de tunnel mag geen titelwoord worden toegevoegd, omdat:

  • de inhoudscodes 338.2: economische politiek en 91.493: België de inhoud goed beschrijven.