14. A - Bibliografisch nummer

In Brocade worden verschillende soorten nummers gebruikt om een publicatie te identificeren. Ze worden alle genoteerd in het veld Bibliografisch nummer, met een aangepast type.

Waarschuwing

Nummers om een individueel exemplaar van een (volume van een) publicatie te identificeren (bv. de barcode of het inventarisnummer van de bibliotheek), worden echter ingevoerd in het veld Nummer bij de exemplaargegevens.

Met identificatienummers bedoelen we: al of niet gestandaardiseerde of gecontroleerde nummers die een titel kunnen identificeren.

In een aantal gevallen zijn het nummers die in de publicatie zelf zijn te vinden, zoals bv. een ISBN, een ISSN. In andere gevallen kan het berekend worden (bv. een fingerprint voor oude drukken). Soms dient het opgezocht te worden in een referentiewerk (bv. een Lugt nummer). Nog andere nummers werden toegekend tijdens een conversie, om later makkelijk het Brocaderecord (c-loi) te kunnen terugvinden aan de hand van het oude nummer in de geïmporteerde data. En in bepaalde gevallen kan een nummer een verwijzing zijn naar de vindplaats van de publicatie in een andere databank (het OCLC-nummer). Tenslotte zal ook de verwijzing van een publicatie naar het OCLC work met een bibliografisch nummer worden aangeduid (type oclcwork).

Sortering van bibliografische nummers

Bij een beschrijving kunnen verschillende types van bibliografische nummers voorkomen, en binnen eenzelfde type kunnen nog meerdere nummers voorkomen. Het is daarom mogelijk om die nummers te sorteren in het formulier. Let er op dat het meest relevante nummer bovenaan staat; want dat wordt in beknopte presentaties van het record gebruikt. Voor boeken is dat meestal een ISBN-nummer; voor tijdschriften het ISSN.

14.1. Conversienummers

De oude VUBIS nummers voor bibliografische beschrijvingen (de zgn. BB-nummers) werden in Brocade opgeslagen als nummers van één van de volgende types:

  • zebra: conversienummer, startend met 1.
  • antilope: conversienummer, startend met 4.
  • Oude drukken: conversienummer, startend met 5.

Bij conversie van externe bibliotheekbestanden krijgen de nieuwe records telkens een conversienummer toegekend, dat begint met een unieke identifier. Op die manier kan een referentienummer dat vroeger aan dat record was toegekend, als identificerend nummer gebruikt worden om die records in Brocade op te roepen.

Voorbeeld:

  • mid.23568 (conversie Middelheim)
  • ru.10973 (conversie Rubenianum)
  • ark.44523 (conversie ARK)
  • eva.40002986 (conversie HH-EVA)

14.2. ISBN

14.2.1. Definitie

Het Internationaal Standaard Boeknummer (ISBN) wordt toegekend volgens een door de boekensector in het leven geroepen systeem en is door ISO genormeerd (ISO 2108). Toen het in 1970 internationaal werd ingevoerd bestond het uit 10 cijfers, gegroepeerd in 4 groepen. Rond 2007 werd het uitgebreid met 3 extra cijfers, om aan de groeiende vraag naar nummers te kunnen voldoen.

ISBN-13 verschilt van ISBN-10, doordat ISBN-13 vooraan 3 extra cijfers bevat, en zodoende conform de EAN (European Article Numbering) codering is. Voor ISBN-13 nummers worden vooraan de getallen 978 of 979 gebruikt. Als er een ISBN-10 wordt ingevoerd, wordt automatisch een index aangemaakt voor het corresponderend ISBN-13. Omgekeerd wanneer een ISBN-13 (beginnend met 978-) wordt ingevoerd wordt automatisch een index op het corresponderende ISBN-10 aangemaakt.

De prefix 978 of 979 onderscheidt het ISBN van andere EAN-nummers.

De groepsaanduiding heeft betrekking op de taalgebonden groep uitgevers/producenten.

Voorbeeld:

  • Nederlands taalgebied is 90.
  • Groot-Brittannië, USA en Canada: 0

Engelstalige werken uit de jaren 1960 (en eventueel nog wat later) kunnen een SBN (Standard Book Number) bevatten, de voorloper van het ISBN, dat maar uit 9 cijfers bestond. Vul dan zelf landencode 0 aan om het ISBN te bekomen.

Voorbeeld:

  • SBN 85142-239-X wordt ISBN 0-85142-239-X.

De uitgever/producentenaanduiding heeft betrekking op een bepaalde uitgever binnen een bepaald taalgebied.

Voorbeeld:

  • Nederlands taal gebied is 90
  • Acco is 90-334

De titelaanduiding heeft betrekking op een bepaalde titel.

Voorbeeld:

  • Een woning kopen en verkopen van D. Meuleman bij uitgeverij Acco met ISBN 90-334-2446: het laatste getal is de aanduiding voor de specifieke titel.

Het controlecijfer of check-digit is een enkel cijfer aan het einde van het ISBN dat via een rekenkundige formule de juistheid van het ISBN controleert. Dit controlecijfer kan ook een X zijn.

Waarschuwing

het controlecijfer van een ISBN-13 nummer verschilt dikwijls van zijn tegenhanger in ISBN-10.

14.2.2. Keuze van het ISBN

Als in het werk zowel een ISBN-10 en ISBN-13 staat, wordt alleen het ISBN-13 opgenomen. In het catalografieformulier is ISBN-13 als standaard ingesteld.

In een publicatie kunnen nog verschillende andere ISBN-nummers voorkomen, bv. voor een elektronische editie, of voor het onderscheid tussen hardback en paperback, enz. Ze worden in principe alle opgenomen (met uitzondering van de ISBN-nummers voor de onderdelen; die zijn optioneel).

Als een ISBN een toegevoegde informatie bevat, wordt die opgenomen in het extensieveld bij het bibliografisch nummer.

Voorbeeld:

  • nummer, type ISBN13: 978-3-319-16074-0; extensie: eBook (voor een elektronische versie)
  • nummer, type ISBN13: 978-3-319-16073-3; extensie: hbk (voor de hardbook versie)
  • nummer, type ISBN13: 978-1-84564-918-0; extensie: set (voor het overkoepelende ISBN voor een set van volumes)
  • nummer, type ISBN13: 978-1-85604-827-9; extensie: Facet (voor een specifieke uitgever)

Als het nummer in de publicatie fout blijkt te zijn (na registratie wordt dan in Brocade een foutmelding getoond), dan dient de controle op het nummer te worden uit gezet.

Meerdelige werken

Bij meerdelige werken met niet-sprekende deeltitels wordt het ISBN van de complete set vermeld. Optioneel kunnen in de beschrijving ook de ISBN nummers van de onderdelen (deeltitels) worden toegevoegd, met als nummertype isbno (ISBN-onderdeel). De gegevens over het specifieke volume worden bij voorkeur overgenomen uit de publicatie en in het extensieveld ingevuld. Eventueel kan in de extensie (extra) verduidelijking worden opgenomen.

Waarschuwing

Bij koepeltitels vindt men soms een ISBN voor de koepel en een ISBN voor de deeltitel. Kies het juiste ISBN bij de juiste beschrijving.

Bij publicaties die beschreven zijn als pseudoperiodieken wordt geen ISBN vermeld, omdat dat nummer van editie tot editie kan verschillen. Er kan dus geen uniek ISBN voor het record gevonden worden. Om diezelfde reden wordt ook bij e-boeken (die regelmatig on-line worden geactualiseerd) geen ISBN ingevuld.

14.3. Library of Congress Number

Het Library of Congress Number, in Brocade afgekort als LC, en internationaal, voluit, gekend als het Library of Congress Card Number (LCCN), is een identificatienummer van de Library of Congress in Washington, D.C. Dit bestaat gewoonlijk uit 2 cijfers voor een jaartal, gevolgd door een streepje en een lopend volgnummer.

Het LCCN wordt alleen ingevoerd als het ISBN ontbreekt.

Voorbeeld:

  • 89-12649.

14.4. ISSN

14.4.1. Definitie

Het International Standard Serial Number (ISSN) werd ontwikkeld om seriële publicaties (voornamelijk tijdschriften) uniek te kunnen identificeren, en is door ISO gestandaardiseerd onder het het nummer ISO 3297. Het wordt toegekend door een nationaal centrum van het ISSN Network in het land van publicatie.

Het ISSN werd begin de jaren 1970 in het leven geroepen. Toch zullen heel wat oudere publicaties ook een ISSN bezitten (maar niet zichtbaar in de tijdschriften zelf), omdat het retroactief kan worden toegekend.

Het ISSN bestaat uit 2 groepen van 4 cijfers, gescheiden door een plat streepje. Het laatste cijfer in de tweede groep is een controlecijfer. Dat laatste cijfer kan ook vervangen zijn door X.

Voorbeeld:

  • 0335-5322
  • 8976-123X

Anders dan bij het ISBN hebben deze cijfers geen enkele betekenis.

14.4.2. Keuze van het ISSN

Het ISSN wordt ingevoerd bij reeksen en tijdschriften.

Niet altijd echter wordt een toegekend ISSN vermeld in een publicatie. Dan kan het nog wel worden opgezocht in de databank van ISSN zelf. Bij invoer van een nieuw tijdschrift waarvoor het ISSN niet gekend is, is het daarom van belang om dat aan te melden bij de helpdesk van Brocade.

Zowel het “print” ISSN als het “online” ISSN worden opgenomen. In het extensieveld wordt “online” of “print” ingevoerd om de twee ISSN’s te onderscheiden. Het opnemen van de twee ISSN’s is onder andere belangrijk voor het automatisch opladen van elektronische tijdschriften wanneer een “matching” op ISSN is vereist.

Als het nummer in de publicatie fout blijkt te zijn (na registratie wordt dan in Brocade een foutmelding getoond), dan dient de controle op het nummer te worden uit gezet.

Waarschuwing

Niet alle tijdschriften hebben echter een ISSN toegekend gekregen. Dat is dikwijls het geval bij de zgn. grijze literatuur, zoals tijdschriftjes uitgegeven door kleine organisaties, enz.

14.5. ISSN-L

Het ISSN-L nummer is een uniek nummer dat toegekend wordt aan tijdschriften die onder verschillende vormen worden gepubliceerd (papier, elektronisch, cd-rom). Die verschijningsvormen hebben dan elk een eigen ISSN, en een gemeenschappelijk ISSN-L.

Vaak is het ISSN-L hetzelfde als het “gewone” ISSN.

Voorbeeld:

Transport echo

  • ISSN: 0009-6083
  • ISSN-L: 0009-6083

14.6. ICS

Het ICS-nummer (International Classification for Standards) is geen echt bibliografisch nummer, maar een rubrieksaanduiding in een internationaal classificatiesysteem voor normen van verschillende vakgebieden.

Het ICS-nummer vergemakkelijkt de vergelijking tussen de normen uit verschillende landen, omdat het wordt toegepast door alle leden van de International Organization for Standardization voor de indeling van hun normen.

Het ICS is een hiërarchisch systeem bestaande uit drie niveaus:

  • niveau 1 (veld): de eerste twee cijfers (01-99) vormen de code voor het onderwerp
  • niveau 2 (groep): de volgende drie cijfers beschrijven het onderwerp rechtstreeks ondergeschikt aan het hogere vakgebied
  • niveau 3 (sub-groep): de laatste twee cijfers duiden een nog verdere onderverdeling aan.

Voorbeeld:

91.080.01

  • 91 staat voor Construction materials and building
  • 080 staat voor Structures of buildings
  • 01 staat voor Structures of buildings in general

14.7. EAN

Het European Article Numbering (EAN) is een uniek identificatienummer dat wereldwijd wordt toegepast als artikelcodering. Vrijwel alle verpakte producten hebben een EAN code die bestaat uit 13 cijfers, opgebouwd in verschillende groepen.

  • De eerste 2 cijfers duiden het land aan dat het nummer heeft uitgegeven (een zgn. systeemcode). Voor België is dat 54.
  • De tweede reeks cijfers is het aansluitingsnummer van de aanvrager. Een bedrijf kan meerdere aansluitingsnummers aanvragen. De systeemcode en het aansluitingsnummer vormen samen het bedrijfsnummer.
  • De derde reeks cijfers duidt een bepaald artikel aan.
  • Het laatste cijfer is het controlegetal

Voorbeeld:

  • het bordspel De kolonisten van Catan heeft EAN nummer 8717249196235

14.8. DOI

Het DOI-nummer (Digital Object Identifier) is een unieke blijvende identificatiecode voor een bestand op Internet. Het wordt ingevoerd indien het vermeld wordt in de publicatie.

Voorbeeld:

  • 10.2864/98359

14.9. Wettelijk depotnummer

Het wettelijk depotnummer is onderdeel van het verplicht wettelijk depot. Het heeft een vaste structuur (D/JJJJ/XXXX/YY), die bestaat uit:

  • D: onveranderlijke afkorting van het woord depot.
  • JJJJ: het jaartal van publicatie.
  • XXXX: het individuele nummer van de uitgever bij het wettelijk depot.
  • YY: het volgnummer van de publicatie bij de uitgever, voor dat jaar.

Voorbeeld:

  • D/1977/0240/16

Meestal is het als enig nummer vermeld, soms als bijkomend nummer.

Het wettelijk depotnummer wordt ingevoerd door de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience voor alle uitgaven (brochures, jaarverslagen) van Stad Antwerpen.

Voor alle andere bibliotheken is deze invoer optioneel.

14.10. Multimedianummer: catalogusnummer

Als een commercieel uitgegeven multimedia object geen standaardnummer heeft, wordt het door de producent vermelde catalogusnummer opgenomen. Dat kan nogal eens het geval zijn bij cd’s, dvd’s,...

Het catalogusnummer kan een handelsnaam bevatten die ofwel wordt gevolgd door een numeriek symbool alleen, ofwel door een symbool bestaande uit letters en cijfers. Spaties, streepjes en punten worden in de beschrijving overgenomen.

Voorbeeld:

  • HMV ALP 1590
  • Das alte Werk 4.41 198(CX)
  • 40-76369

Als het object bestaat uit twee of meer doorlopend genummerde delen, wordt het catalogusnummer vermeld in de tot-en-met vorm.

Voorbeeld:

  • MET 247-248

Als de nummering niet doorlopend is, worden de nummers volledig overgenomen.

Voorbeeld:

  • HMV XQD 1784, NQD 1003-1004

Als er een catalogusnummer is van het object in zijn geheel en tevens voor de afzonderlijke delen, wordt het catalogusnummer van het geheel genomen.

14.11. OCLC nummer

Het OCLC nummer is een nummer dat verwijst naar het referentienummer van een catalografisch record van Brocade in Worldcat. Het nummer wordt via een automatisch proces toegevoegd aan een beschrijving, na de upload van Brocade records in Worldcat. Het zorgt voor het doorlinken van een record in Worldcat naar de plaatselijke catalogus. Het dient nooit manueel te worden ingevuld of aangepast.

Voorbeeld:

  • 901686074

14.12. OCLC work id

Het work id van OCLC is een identificatienummer dat OCLC toekent aan manifestaties/publicaties die alle verwijzen naar hetzelfde creatieve werk. Het kan gaan om andere edities of andere formaten (papier, digitaal, gesproken) van hetzelfde werk. Via het work id is er clustering mogelijk van diverse manifestaties.

Het work id wordt via een automatisch proces toegevoegd aan een beschrijving, na de upload van Brocade records in Worldcat. Het dient nooit manueel te worden ingevuld of aangepast.

Voorbeeld:

  • 131441553 voor Het verdriet van België.

14.13. PPN nummer

Het PPN-nummer (Pica Productienummer) verwijst naar het nummer waarmee publicaties gekend zijn in de NCC, de Nederlandse Centrale Catalogus.

Het nummer wordt automatisch toegekend aan de werken (jeugdliteratuur, van EHC en Iedereen Leest) die in het Centraal Bestand van Kinderboeken (CBK) worden opgenomen. Het dient nooit manueel te worden ingevuld of aangepast.

14.14. Fingerprint

De fingerprint is een uniek identificatienummer voor een specifieke editie van een publicatie. Het wordt alleen gebruikt bij de beschrijving van oude drukken.

Voorbeeld:

  • 163512 - # *a1 *2 ega : # *a2 *7 dee - # *1b1 A $ : # *1b2 N4 ort$ - # *2b1 a e : # *2b2 q7 et$

14.15. Lugt nummer

Het Lugt nummer is een inventarisnummer toegekend aan oudere veilingcatalogi. Het verwijst naar het specifieke nummer van een veilingcatalogus zoals het werd toegekend in het werk van Frederik Johannes (Frits) Lugt, Répertoire des catalogues de ventes publiques intéressant l’art ou la curiosité.

Voorbeeld:

  • 17747

14.16. RISM

Het RISM nummer is een inventarisnummer toegekend aan muziekwerken, in het Répertoire international des sources musicales, een repertorium van de gelijknamige organisatie die werd opgericht om de wereldwijd bewaard gebleven muziekbronnen die dateren van voor 1800 te documenteren.

Voorbeeld:

  • 452515165 voor Concerti grossi in B minor Van Antonio Vivaldi.

14.17. Uitgevers/Plaatnummer

Het uitgevers/plaatnummer is een nummer dat door een uitgever wordt toegekend aan een (gedrukte) publicatie. Meestal gaat het om partituren.

Voorbeeld:

  • C.M. 9886
  • ED 6614
  • dvfm 1725

14.18. ISMN

Het International Standard Music Number (ISMN) is een internationaal identificatienummer voor bladmuziek (partituren, songteksten met muziek, songbooks, enz.). Dit systeem is in 1994 ingevoerd, is door ISO genormeerd (ISO 10957) en vergelijkbaar met het ISBN voor boeken.

Een ISMN bestaat uit 13 cijfers, ingedeeld in vier groepen:

  • de code 979-0.
  • de identificatiecode van de muziekuitgever (door het ISMN-bureau toegekend).
  • de identificatie van de bladmuziek (door de uitgever zelf toegekend).
  • een controlecijfer (check digit).

Voorbeeld:

  • 979-0-2306-7118-7.